De grenzeloze generatie

Hieronder volgt een sammenvating met een persoonlijke bewerking van het boek de grenzeloze generatie. Toen ik het boek las herkende ik veel. Het was net alsof ik naar een preek aan het luisteren was, maar ik miste alleen de bijbeltekst van waaruit werd gepreekt. Ik denk dat dt boek een zinvolle bijdrage kan leveren in het nadenken over jongerenwerk in de kerk.

Vier burgerstijlen

  1. Plichtsgetrouwen; Deze mensen laten zich vooral leiden door plichtsgevoel dat ze grotendeels verkregen hebben met hun opvoeding en dat bepaalt hoe zij vinden dat zij zelf en ander zich moeten gedragen.
  2. Verantwoordelijken; Zij wijzen plicht af als leidraad voor gedrag en geloven in hun recht en vermogen om morele kwesties te beoordelen in het licht van hun eigen intellect, zonder hulp van de veronderstelde wijsheden uit het verleden. Ze zijn bevrijd van irrationele belemmeringen met betrekking tot drugs en seks enzovoort, maar ervaren ook een toegenomen verantwoordelijkheidsbesef t.o.v. van de wereld als geheel.
  3. Pragmatici (42% van de jongeren) Deze groep laat zich is vooral gedreven om van het leven te genieten. Hun belangrijkste doel is genieten van het leven. Hebben minder interesse in politiek of zaken die de rest van de wereld aangaan. En zijn opzoek naar spanning en sensatie.
    Assertiviteit wordt bestempeld als positief, maar het gaat soms ten koste van anderen. Ze zien het gals als halfvol. Narcisme en uiterlijke gerichtheid zijn sterk aanwezig, en dat geld ook voor de acceptatie van geweld. Ze hebben sterke waardering voor hiërarchie.
  4. Buitenstaanders (41% van de jongeren); Deze groep is sterk gericht op directe behoeftebevrediging. Hun vooruitzichten voor de
    toekomst zijn relatief minder goed, omdat ze minder in staat zijn de blijvende inspanning te leveren die nodig is om een succesvolle carrière te maken. Heeft een sterke behoefte aan orde en regelmaat. Minder respect voor mensen op hoge posities. Het glas is dikwijls half leeg.

De huidige generatie die opgroeit, telt in vergelijking met de voorgaande generatie steeds meer pragmatici en buitenstaanders. Er zijn veel hedonisten in de huidige jongerengeneratie omdat onze maatschappij de individuele beleving van plezier als hoogste goed beschouwt. Met de toegenomen individualisering en gestegen welvaart is de samenleving als geheel meer narcistisch en materialistisch geworden en het ligt  in de lijn der verwachting dat deze lijn zich doorzet. De heftigheid van de emotionele belevingsbehoefte hangt samen met het narcisme van jongeren. Kinderen worden steeds meer op een voetstuk geplaats, maar aan de andere kant ontstaat er een steeds minder emotionele band met ouders. En juist deze band is nodig om een evenwichtige persoonlijkheid te ontwikkelen.

Hoe hedonistisch ook, de individualistische jongerencultuur is tegelijk keihard. Het narcisme van jongeren, wordt mede in de hand gewerkt door een maatschappij waarin veel onderlinge concurrentie is tussen in principe gelijkwaardige mensen; je moet jezelf optimaal presenteren, want er zijn zo veel vergelijkbare mensen die het ook mee willen maken. Overigens sluit het hedonisme het hebben van idealen niet uit.

Grenzen

Hiërarchie in de samenleving waardeert deze generatie steeds meer. Ze zijn duidelijk opzoek naar houvast, overzicht en structuur. Bijna twee derde ziet een eigen gezin als het belangrijkste in hun leven. Een leuke relatie een leuke baan met een goed salaris en alles er op en eraan, dat is het ideaal beeld van veel jongeren. Het is een droom.

Jongeren zijn op zoek naar identiteit en willen graag de waarde van dingen doorgronden en begrijpen, ieder op zijn eigen niveau. Hierdoor vragen ze, al zullen ze dat vaak niet hart op zeggen, steeds meer naar strengheid en dus naar een nieuwe vorm van hiërarchie.
Wel moet daarbij helder zijn dat de strengheid en hiërarchie voortvloeien uit authenticiteit en identiteit.

Autoriteit heb je alleen als je de regels doorleefd hebt en uitstraalt wat je zegt, daarmee krijg je respect, zijn ze bereid om naar je te luisteren, al wil dat niet zeggen dat ze er wat mee doen op de manier waarop je misschien hoopt.

De jongeren verlangen meer dan voorheen naar richting, duidelijkheid en autoriteit, heel anders dan de voorgaande generatie. Maar van wie krijgen ze die. Kinderen krijgen van hun opvoeders een groot aantal waarden met de paplepel ingegoten. De belangrijkste vraag is welke waarde er vandaag de dag worden doorgegeven.

Het is belangrijk dat ouders grenzen leren aan hun kinderen. Kinderen apen hun ouders nu eenmaal na. Sommige kinderen dreigen, gelet op het waardepatroon van hun ouders, een achterstand op te lopen bij hun morele ontwikkeling. Momenteel maken we mee dat ouders last hebben van het perterpansyndroom. Ouders streven naar het uitstellen van het moment waarop we volwassen worden. Vroeger wilde men volwassen worden, maar nu willen ouderen jong blijven en zelf zal ik de laatste zijn om dit te ontkennen. Ouderen hebben, net zo goed als de jongeren van vandaag, moeite om los te komen van het hier en nu en heb daar eigenlijk ook helemaal geen zin in.
Bang dat we zijn dat het leven saai wordt als volwassenen. Ouders willen tof zijn en durven hun kinderen nauwelijks tot de orde te roepen, maar het is belangrijk dat je jouw normen en waarden bekend maakt. Je invloed is beperkt, maar je hebt wel iets in te brengen. Ouders zijn de eerste en daarmee het belangrijkste doorgeefluik voor de overdracht van waarden, omgangsvormen, plichten en rechten tijdens de vroege jaren van onze vorming.

Wanneer wederkerigheid en empathie niet tot wasdom komen, ontstaat al snel het gevoel van tekortgedaan te worden en kunnen narcistische eigenschappen zich versterken.

Het probleem van(voor) veel jongeren van nu is dat ze tijdens de vormende jaren van hun jeugd niet geleerd hebben hoe om te gaan met grenzen. Dit zorgt er voor dat ze moeite hebben met het maken van keuzes, met doorzettingsvermogen en iets afmaken. Ze leven vaak in een roes door steeds gericht te zijn op onmiddellijke behoefte bevrediging.

Het lijkt erop dat de huidige jongeren steeds individualistischer wordt. Van huis uit zijn ze opgevoed met minder maatschappij, politiek en kerkelijke gerichte betrokkenheid. Ze hebben een minder kritisch waardepatroon meegekregen.

Regels

Het geweten, en daarmee de geest van regels en wetten, zijn minder belangrijk geworden en jongeren zijn meer gericht op uiterlijk. Aan jongeren moeten de regels/ wet weer worden uitgelegd. Het moet ingeprent worden wat de regels zijn en dat je je daar aan moet houden. Deze rituelen (tradities) helpen bij het aanreiken van hun identiteit.
De huidige generatie ouders/ opvoeders heeft hier echter moeite mee wars dat ze zijn van autoriteit en dat anderen zeggen wat ze zouden moeten doen. Zij wijzen verplichte rituelen en tradities af als leidraad voor gedrag.

De laatste jaren zien we in de kerk een ontwikkeling waarbij de nadruk ligt op genade, liefde en vrijheid en alles wat met wetten en regels te maken heeft komt steeds meer op de achtergrond. Op zichzelf een positieve ontwikkeling, want genade is het vertrekpunt en het eindpunt van alles, maar de regels zijn en blijven wel nodig.

Want wij weten dat de wet goed is als hij op de juiste wijze gebruikt wordt. We weten ook dat de wet er niet is voor de rechtvaardige, maar voor wie zich aan wet of gezag niet stoort[1].

Dit geeft de kern weer waar hetmomgaat. De wet is één van de manieren waarop mensen naar Christus gebracht kunnen worden. Jongeren van nu vragen weer om de regels, maar niet op een wettische manier (waar hun ouders juist zoveel moete mee hebben en zich nog steeds, soms vel, tegen keren), maar ze vragen wel om regels. Veel ouders (ouderen) zijn negatief over het christendom en de subcultuur van de kerken en willen daar niet bij horen. Maar het gaat niet om een wettische manier vanuit eigen kracht je aan de regels te houden, maar wel om ze door Gods geest
uitdragen. Jongeren die nog opzoek zijn naar hun identiteit hebben duidelijke regels nodig en wij mogen/ moeten dan aan hen laten zien en vertellen dat je je alleen aan de regels kan houden als je gericht bent op Hem.

Wat de jongeren nodig hebben, is strengheid in een warme omgeving. Er moeten een aantal beperkte regels zijn die helder zijn en waarvan duidelijk is waarom ze er. Deze regels moeten goed gehandhaafd worden. Jongeren zoeken, soms wanhopig, naar herstel van geestelijk
evenwicht en willen zich vastklampen aan zekerheden. Durf stelling te nemen en te handhaven. Durf op te treden. Voorkom verwarring en vermijd hierdoor de druk op kinderen en jongeren. Aan de andere kant leer jongeren zelf na te denken en dat ze op grond van hun eigen overweging, kiezen voor dat gene wat nodig is.
Het gedrag van jongeren moet niet veranderen maar de reden die er achter zit. Wij zijn vaak gericht op gedragsverandering. Jongeren moeten uiteindelijk een keuze maken op grond van wat hen drijft. Maar omdat ze op jonge leeftijd niet alle gevolgen van hun handelen kunnen overzien, moeten ze middels regels daarop worden gewezen, maar dan wel op een genadig volle manier. Ze hoeven het niet op eigen kracht te doen, maar middels Gods Geest.

Gemeenschap

Belangrijk is daarom dat jongeren geleerd, maar meer nog dat hen voorgeleefd wordt, dat de gemeenschap van een kerk belangrijk is. Dat je lid wordt van een gemeenschap die je respecteert en waar men het belangrijk vindt dat je meedoet. De kerk moet structuur en verbondenheid bieden. De uitdaging voor de kerk is om de kwaliteit van relaties op een hoger niveau te brengen.

Wat voor beeld geven wij volwassen van de kerk richting onze jongeren. Beeldend vind ik hierbij het verhaal van de verloren zoon uit Lucas 15: Toen hij helemaal in de put zat kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.

Zijn wij een kerk die aan jongeren de ruimte geven om te experimenteren om te zoeken naar wie ze zijn, geven we ze de middelen om in de wereld op zoek te gaan naar zichzelf. Daarnaast wat is de basis die we hen meegeven in de kerk. Bijzonder vind ik het om te lezen dat de jongen zich herinnert hoe goed hij het bij zijn Vader had en dat dit de reden is van zijn terugkeer. Hebben jongeren het goed in onze gemeenten?
Staan wij hen met open armen op te wachten? Vieren we feest als ze terugkomen?

Misschien is de belangrijkste vraag die we ons zelf moeten stellen waarom we zelf eigen (nog) lid zijn van de kerk? Zien wij de kerk als een plaats waar het goed is? Zien we de kerk als hoop voor de wereld? Als we daar geen eerlijk antwoord op kunnen geven, hebben we jongeren weinig (niks) te bieden. De kerk zit net als de politiek vol met bureaucratie en wordt door jongeren vaak gezien als vijand. Er kan en mag niks, er moet van alles en het duurt allemaal zo lang voor er wat gebeurd.

We moeten jongeren leren, maar meer nog onszelf de vraag stellen wat wij voor de gemeenschap/ jongeren kunnen betekenen, want ook wij leven vanuit het consumptie christendom afvragend wat de kerk voor ons kan betekenen. Maar wij moeten de vraag stellen wat wij kunnen
betekenen voor de kerk en daarin ook voor jongeren.

Jongeren willen zich met anderen verbinden, maar aan de andere kant willen ze zich moeilijk committeren. Hier houden de jongeren ons een spiegel voor. Er is een toename van ouders die scheiden (en voor jongeren is dit een traumatische ervaring). Ook jezelf inzetten voor de kerk en kerkshoppen zijn ontwikkelingen die steeds meer toenemen en geaccepteerd worden. Het beeld wat jongeren hierdoor mee krijgen is
dat je problemen oplost door elkaar niet meer te zien, door uit elkaar te gaan en ergens ander naar toe te gaan. Laat staan dat je jezelf voor de kerk inzet. Hierdoor leren/ voelen de jongeren zich niet in staat om over problemen heen te stappen.

De jongeren van nu krijgen voldoende om zich te verbinden en gemeenschappen aan te gaan, maar in hun opvoeding hebben de jongeren van nu onvoldoende instrumenten aangereikt gekregen om het zich met anderen te kunnen verbinden onder de knie te krijgen.
In ons sterven naar individualisering hebben we rituelen veelal taboe verklaard maar voor onze jongeren moeten we weer zoeken naar gemeenschappelijke rituelen.

Intimiteit

Typerend is het spanningsveld wat er is tussen behoud en verandering. In dit spanningsveld speelt vertrouwen en wederkerigheid een belangrijke rol om verder te komen. Belangrijk hierbij is het geven en ontvangen van intimiteit. Veel jongeren hebben hier moeite mee. Dit is bepalend voor de mate waarin nieuwe ontwikkelingen worden welkom geheten vanwege hun belofte op perspectief, of juist worden afgewezen als gevolg van
een behoefte aan behoud en afscherming. Zonder vertrouwen en wederkerigheid blijft er ontevredenheid, en zal zij veranderingen moeilijk kunnen omarmen.

Een mooi voorbeeld hiervan is Mozes die op het volk Israël wordt afgestuurd om hen te bevrijden uit het land Egypte. De belofte en het perspectief van bevrijding zet het volk uiteindelijk in beweging. Al zie je ook dat dit niet gemakkelijk gaat. En ook eenmaal  bevrijd zien we dat het niet gemakkelijk is” waren we maar in Egypte gebleven”.

Maar hoe kwam Mozes zo ver om het volk te leiden? Als we kijken naar zijn jeugd dan zie ik veel raakvlakken met de huidige jongeren generatie. Mozes kreeg al op jonge leeftijd een adoptiemoeder (complexe gezinssituatie). Hij voelde zich geen Israëliet en ook geen  Egyptenaar (allochtoon) en uiteindelijk vlucht hij (vluchteling). Wie was hij?

Bijzonder is het om te zien wat er gebeurd als God Mozes ontmoet bij de brandende braamstruik en hij de opdracht krijgt naar Israël te gaan. Hij sputtert tegen. Hij heeft geen zelfvertrouwen, toont geen initiatief, hij voelt zich schuldig tegenover iedereen en hij voelt zich minderwaardig. In het boek Exodus zie je Mozes echter groeien van angsthaas tot leider van het volk.

God gaat met hem aan de slag en weet zijn gebroken jeugd om te turnen tot iets moois. We zien in het gesprek bij de braamstruik dat vertrouwen en wederkerigheid een belangrijke rol vervullen.
Mozes krijgt veel ruimte voor vragen. Maar ook structuur, richting en uiteindelijk ook de autoriteit van God speelt een belangrijke rol. Uiteindelijk wordt God kwaad op Mozes, maar daarmee ontneemt Hij Mozes niet zijn verantwoordelijkheid, maar zet hij iemand naast Mozes. We zien zijn relatie met God groeien en er ontstaat steeds meer intimiteit, maar dat kan alleen doordat Mozes, maar ook God zichzelf blootgeeft en eerlijk is en er uiteindelijk wat gedaan wordt.

Zekerheid

Wat velen zich nog niet realiseren is dat er naast het gezien, school, kerk en de rest van de omgeving een vierde educatief milieu is ontstaan wat grote invloed heeft op jongeren. Internet (zowel op pc als mobiel) is een volwaardig opvoedend fenomeen geworden. Het probleem van de identiteitsvraag van jongeren vindt hierin vaak een negatieve stimulans. Er is een sterke groepsdruk op internet waardoor jongeren zich onzeker gaan voelen. Zeker als ze moeilijk aan de groepsdruk kunnen voldoen. Jongeren zoeken hun zekerheid en geluk in materie en laten zich enorm beïnvloeden door wat anderen van hen vinden.

Maar de materie kan het gat van de innerlijke leegte niet opvullen. De zekerheid van de toekomst zit niet in het zorgen voor voldoende besteedbaar inkomen, maar in De Hulp die ervoor zorgt dat jongeren iets zinvols van hun leven maken en op eigen benen kunnen staan. We
zijn van de verzuiling af, maar we hebben er een verschrikkelijke verkokering voor terug gekregen, in de vorm van instrumenteel denkende specialisten op allerlei gebied die elkaar niet begrijpen en die ook niet me elkaar communiceren.

De huidige jongeren zoeken naar kick en uitdaging. Wat wij jongeren moeten voorleven en leren is dat de kick niet zit in vluchtgedrag, maar zit in het feit van wat je van je leven maakt, dan heb je geen vluchtgedrag nodig. Men vlucht vaak voor zijn eigen leegte. Je ziet dat ook vaak bij ouders die hun autoriteit richting hun kinderen niet laat gelden. Ook dat is een vorm van vluchtgedrag.

We moeten jongeren voorleven en laten zien dat de enige zekerheid die we hebben dat God door Jezus Christus onvoorwaardelijk van ons houdt.

De werelden en competenties van

Jongeren

Volwassenen

Naar
buiten gericht

Meer
naar binnen gericht

Snel
kunnen leren

Grotere
verbanden kunnen zien

Kennis
opzuigen

Kennis
toepassen

Talen leren

Inzicht hebben

Lichamelijke
inspanning

Strategische
planning

Excessief
emotioneel

Verbinden
emotie en ratio

Subjectgericht

Objectgericht,
afstand kunnen nemen

Fragmentarisch

Holistisch

Eclectisch

Samenhangend

Luid

Terughouden

Direct,
assertief

Eerder
gereserveerd, gene

Confronterend

Empathisch,
invoelend

Brutaal

Bescheiden

Zelfgericht

Sociaal

Onbezonnen

Levenswijs

Jong

Volwassen

Samenkomsten

De maatschappelijke focus, maar net zo goed die van de kerk is stek gericht op het hier en nu. Ons leven draait om actualiteit, individualiteit, aaibaarheid, eigenbelang, sensatie en commercie.
Wat wij leuk en mooi vinden speelt een belangrijke rol. Dit komt echter nauwelijks tot uitdrukking in de manier waarop we onze zondagse samenkomsten liturgisch vormgeven. Inhoudelijke discussie worden niet of nauwelijks gevoerd. Er wordt gesproken over wat we mooi vinden. De een vind psalmen mooi en een ander opwekking, maar om de reden waarom wordt niet of nauwelijks gesproken.

Bepaalde aspecten van de jongerencultuur kunnen echter waardevol en inspirerend en verfrissend werken op volwassenen. Veel volwassenen kunnen gebaat zijn bij wat stimulering en prikkel, veel jongeren daarin tegen hebben veel aan afremmen en bijsturen. De kerk heeft een mix van stijlen nodig. Ons lichaam is van oudsher de tempel van de Geest. We hebben echter lang een onderscheid gemaakt tussen lichaam en geest
en we zien nu in toenemende mate dat de zoektocht en het zijn van onze identiteit op en met het lichaam plaats vindt. De binnenkant (gevoel, beleving) is dan ook ontzettend belangrijk geworden. Onze samenkomsten op zondag dienen hier rekening mee te houden. Nu ervaren velen jongeren een kloof tussen de zondag en de rest van de week. De belevingswereld van de samenkomsten is totaal anders dan de wereld waarin ze doordeweeks leven.

Samenvattend

  • De jongste generatie is meer gericht op netwerken, uiterlijkheden en kicks en niet zo op het eigen welzijn, op maatschappij en milieu.
  • Geld, status en competitie tellen weer zwaarder en maatschappelijke hiërarchie wordt positiever gewaardeerd dan door oudere generaties.
  • Ouders hebben het beste met hun kinderen voor, zijn bezorgd en leren kinderen voor zichzelf op te komen. Zij zijn
    niet streng voor hun kinderen en hebben te weinig tijd.
  • Ook jongeren zeggen dit over ouders van nu die zij kennen. Volgens een meerderheid van de bevolking is de opvoeding anno 2009 te vrij en ingewikkelder dan vroeger. Opvallend is dat Nederlanders signaleren dat ouders hun kinderen vooral leren om voor zichzelf op te komen, maar het nog belangrijker vinden dat kinderen zichzelf leren beheersen. Dat wordt kinderen veel minder geleerd en hier is weinig aandacht voor.
  • De jongerencultuur is dominant geworden en jongeren worden sneller ‘volwassen’! Gevolgen: volwassenen worden onzeker, jongeren
    worden overschat.
  1. Ouderen moeten de regie hernemen, autoriteit en gezag zijn voor de huidige jongerengeneratie nodig.
  2. Jongeren zijn weer op zoek naar rituelen en symbolen. Zorg dat de kerk en vooral de samenkomsten en het dagelijkse geloofsleven hierbij aansluiten. Jongeren hebben moeite met luisteren naar preken, maar beelden en verhalen spreken meer dan woorden.
  3. Jongeren hebben regels en structuur nodig. Deze regels dienen wel doelmatig te zijn. Maak simpele regels en voorkom het stapelen van regels.
  4. Benadruk altijd de kern waar het over gaat, dat voorkomt onzinnige en tegenstrijdige belangen. De kern is Jezus Christus. In de kerk lijken de regels en structuren vaak veel belangrijker dan het in de praktijk brengen van het christen zijn.
  5. Investeer in relaties met jongeren, je kunt jongeren pas iets leren, geven als je ze goed kent.
  6. Richt je op de identiteitsontwikkeling van jongeren en zorg er voor dat de kerk een plek is waar ze thuis komen. Groot en groeien, moeten geen speerpunten zijn.
  7. Maak een einde aan de vrijblijvendheid, spreek jongeren en elkaar aan op ieders verantwoordelijkheid en gedrag. Wees daarbij ook zelf bereid om kritisch naar jezelf te kijken.
  8. Jongerenbeleid (als dat er is) dat niet effectief bijdraagt aan daar waar het voor bedoelt is, dient snel te te worden herzien of afgeschaft.
  9. Leer de kracht en de waarde zien van jongeren. Ze dragen veel bij aan de kerk als ze daarvoor de ruimte krijgen. Ze geloven in onbegrensde mogelijkheden. Zorg dat jongeren goed gecoacht worden (net als Paulus Timotheüs coacht).
  10. De huidige ontwikkeling in de jongerencultuur laat zien dat de sociaal-darwinistische benadering van het leven grote nadelen heeft. De survival van de sterkste groep verklaart de sterke nadruk op competitie. Benadruk de schepping, dat we naar Gods beeld geschapen zijn en in Christus zijn geliefde kinderen zijn en dat het er niet om gaat wat we doen, wat anderen van ons vinden of wat we hebben.
  11. Zorg voor activiteiten die de jongeren uit kunnen voeren en laat ze zelf dingen uit voeren en organiseren. Geef daarbij ruimte voor ‘trial and error’. Laat jongeren experimenteren daardoor leren ze dat ze erbij horen en dat ze waardevol en van nut kunnen zijn.

[1] 1 Timoteüs 1:8

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s