Analyse Jong, [goed] gelovig & kerk

Het is al weer even geleden dat het rapport “Jong, [goed] gelovig & kerk. De rol van het kerkelijk leven in de belevingswereld van jongeren”. Maar zag eerder geen kans om het rapport door te lezen. Hieronder een samenvatting van de punten die ik belangrijk vind uit dit rapport en mijn bevindingen. De reden waarom ik er wat over wil zeggen is dat er veel waardevolle elementen in dit onderzoek zitten en het verschillende dingen bij elkaar brengt. In diverse media is er al het een en ander over gezegd, maar ik denk soms iets te snel en te gekleurd en daarmee wordt de waarde van dit onderzoek te snel opzij geschoven! Al besef ik dat ik zelf ook een kleur heb. Ik doe niet een uitgebreide analyse, geef geen samenvatting, maar pak er een paar elementen uit die ik waardevol vindt aangevuld met mijn eigen waarnemingen.

Geen kerkverlating, maar beleving

Voordat ik het rapport las, dacht ik dat het over kerkverlating zou gaan, aangezien daar het een en ander over was gezegd in diverse media. Het onderzoek gaat hier echter niet over. De titel deed dit ook al niet vermoeden, maar op de een of andere manier is dit feit wel een rol gaan spelen.

Natuurlijk speelt mee dat één van de doelstellingen van het onderzoek was om te inventariseren wat de motieven zijn van jonge mensen om hun kerkelijke gemeente te verlaten. Maar het probleem van het onderzoek, als je het toe wil spitsen op kerkverlating, zit hem in het feit dat bijna de helft van de onderzochte jongeren overtuigd lid is en actief meedoet in de activiteiten. In het onderzoek zelf komt naar voren dat het merendeel van de protestanten die deelnamen actief christen is.

Het onderzoek draait mijn inzien daarom meer om de beleving en relevantie van jongeren op de verschillende soorten activiteiten die er voor jongeren zijn in de kerk. Dit is ook logisch omdat jongeren van nu vragen om een benadering waarin vanuit hun beleving en ervaringen de waarden moeten worden aangedragen en of worden overgedragen. Als je dus spreekt over kerkverlating, heb je het automatisch over beleving. Deze twee horen bij elkaar.

Vorm van onderwijs

Het overdragen is lang, en in de kerk nog steeds, een eenzijdig proces geweest. Leraar versus leerling. Het overdragen was een eenzijdig proces. Nu moet er vanuit de jongeren gezocht worden hoe hun ervaringen gekoppeld kan worden aan de geloofsgemeenschap. Hierin stimuleren we jongeren echter niet. Het merendeel van de jongeren geeft aan dat de belangrijkste vragen en problemen liggen bij ‘geloof en geloofsbeleving’ en bij de praktische doorwerking om de ‘eigen talenten’ in te zetten. Jongeren worden niet voor volwaardig aangezien.

Deze benadering klopt in de manier waarop ze onderwezen worden. De jongeren weet niet (veel) en moet kennis worden bijgebracht. Moeten we hier niet mee aan de slag? Hoe kunnen we gebruik maken van de talenten van de jongeren. Recent onderzoek toont aan dat jongeren (na genoeg) net zo veel kunnen als volwassen. Jongeren nemen alleen meer risico’s wat veel ouderen dan interpreten als roekeloos.

Representatief

De cijfers die ik lees in dit onderzoek moeten denk ik wel genuanceerd worden en daarmee soms ook de conclusies. De meeste jongeren die deel hebben genomen zijn hoger opgeleid. Slechts 5 jongeren (1%) volgt of heeft VMBO en 14% van de onderzochte jongeren volgt geen christelijk onderwijs en 58% zit op het HBO en de diversiteit van leeftijd is groot.

Ik begrijp dat het lastig is om ‘de andere’ groep te bereiken, maar we moeten wel nuchter zijn dat de kans groot is dat de conclusies anders zullen zijn bij jongeren die laag opgeleid zijn en niet christelijk onderwijs volgen.

Een van de conclusies is bijvoorbeeld dat jongeren ‘meer’ hebben aan hun catecheet dan aan jongerenwerkers. Hierbij zegt het onderzoek dat de relatie niet van toegevoegde waarde is. Hieraan wordt consequentie verbonden dat invoering van mentoraat van betrekkelijke waarde is.

Zelf heb ik 10 jaar als jongerenwerker voornamelijk met en voor VMBO leerlingen gewerkt, uitvoerend en weinig beleidsmatig. Ik was minimaal 12uur echt met de jongeren bezig. Ik kan je verzekeren dat de relatie 100% belangrijker is dan de inhoud, als je met inhoud feitelijke kennis bedoeld! Want wie ik ben, wat ik doe en hoe ik dat uit (getuig), dat onthouden jongeren. Ik ben nu bijna een halfjaar weg en nog steeds vragen de jongeren wanneer ik weer kom! Heb ik ze geholpen met hun vragen en problemen?

Het is waar je kunt inhoud niet scheiden van van relatie, je kunt het hooguit onderscheiden. Mijns inzien moet je ze niet uit elkaar willen halen, maar je moet beginnen waar de jongeren zijn. Bij veel van de jongeren die ik heb ontmoet begint dit bij de relatie. Ze luisteren pas als ik er echt voor ze ben. De meeste heb ik weinig feitelijke kennis bijgebracht, maar ik heb ze wel iemand laten zien waar ze zich mee kunnen identificeren en ik hoop dat ze niet te veel schade hebben opgelopen door de dingen die ik verkeerd heb gedaan of gezegd. Ik ben me ze hun gesprek gegaan hoe ze met hun lichamelijke verandering en seksualiteit moeten omgaan. Ik heb ze laten zien waar hun verantwoordelijkheid ligt en als ze wat ouder werden heb ik ze geconfronteerd met wie ze zijn.

Jongere die op het HBO zitten of hoger opgeleid zijn, willen antwoorden op hun vragen. Ze krijgen dat van de catecheet, dat wil zeggen antwoord (feitelijke kennis), maar wat hebben ze er aan? Ze zeggen dat ze meer geholpen zijn door de catecheet, maar het heeft zoals blijkt uit het onderzoek geen waarde voor de beleving van hun geloof en ze weten niet wat ze er praktisch mee moeten. Dit pleit niet voor de betrekkelijkheid van mentoraat, maar dit pleit voor de betrekkelijkheid van kennis!

Kerk (diensten)

Wat mij opvalt, is dat er van uitgegaan word van de drieslag, inspirerend, aangesproken worden en tel ik mee. Allemaal vragen die gesteld zijn vanuit de eigen ik.

Het verbonden zijn met elkaar. De relevantie van het geloof. Het thuis voelen speelt bij de vraagstelling nauwelijks een rol. Ik denk dat dit een wezenlijk element is die rond de kerk(diensten) moeten worden meegenomen. Dit blijkt ook uit het feit dat bij de problemen van de jongeren juist deze elementen worden genoemd. Velen voelen zich niet thuis, hebben niks met de kerk. Voor jongeren hoeft geloof en kerk ook niet samen te gaan, maar toch gaat het afnemende lidmaatschap gepaard met een toename van religiositeit in nieuwe sociale verbanden. Met kerk wordt meestal bedoeld kerkdienst! Daarom meer richten op sociale verbanden? Gemeenschap, eigen netwerk is belangrijk voor jongeren. Hoe geven we hier ruimte aan?

Problemen

Jongeren hebben diverse problemen, maar de echte problemen spelen rond beleving, relevantie en het niet thuis voelen in de kerk (tijdens de diensten). Hierbij wordt door een grote groep aangegeven dat voor de hulp van deze problemen jongeren niet of nauwelijks wat hebben gehad aan mentoren, jeugdleiders en ouderlingen. Op zichzelf vind ik dit een logische conclusie. Kijkend naar de meningen over de onderwerpen en het materiaal dat behandeld word op catechese en verenging, dan zijn jongeren daar niet positief over.

Ook de taken die jeugdouderling, catecheten vanuit de kerkenraad krijgen is het ook niet vreemd. Ze moeten aan taken en bepaald onderwijs voldoen, ook al sluit dat niet aan bij de jongeren. Zou daar niet probleem liggen dat het onderwijs wat gegeven wordt totaal niet aansluit bij de leefwereld van de jongeren. Jeugdleiders krijgen en of nemen niet de tijd voor de problemen van de jongeren want een vooraf bepaalde stof moet worden behandeld. Huisbezoek is een verplicht onderdeel als het er is en aangezien de ouderling(en) meestal maar één keer per jaar komt moeten we echt niet verwachten dat jongeren over hun problemen praten!

Wat ik interessant zou vinden of ouders en ouderen wel over hun problemen praten. Zal ik jullie alvast een niet wetenschappelijk antwoord geven? Ouders en ouderen praten ook niet over hun problemen en sommige als ze praten doen dat dan nog het liefst met de dominee, want hij heeft er tenslotte voor geleerd!

Ouders

De meeste jongeren praten met hun ouders over hun problemen m.u.v. seksualiteit. Als aan de jongeren gevraagd wordt aan wie ze de meeste steun zoeken dan antwoord bijna alle kinderen zonder uitzondering: ‘Mijn ouders.’ Ouders zijn en blijven belangrijk, ook al nemen leeftijdsgenoten een groot gedeelte over.

Hoe minder ouders het voorbeeldgeven dat de gereformeerde waarden en normen en betekenissen een waardevolle rol voor hen zelf spelen, hoe minder ze er toe doen voor de jongeren in hun socialisatieproces. Dit is logisch, maar wel keihard. Er groeit (is) een groep jongeren (binnen GKv) op waarvan de ouders gefrustreerd zijn over het gereformeerd zijn! Hoe minder ouders de
normen en waarden zichtbaar laten zijn in hun leven en dus geen uitwerkende betekenis heeft, hoe minder de jongeren er wat mee kunnen.

Jongeren krijgen vaak de schuld van het gebrek aan moraal, maar het probleem daarvan ligt niet bij de jongeren, maar bij de oudere generatie. Jongeren verlangen naar mensen om hen heen die oprecht, eerlijke en kwetsbaar (kunnen) zijn. Die van daaruit kaders stellen en regels geven.

Ouders nemen veel van de huidige jongerencultuur over in plaats van jongeren richting te geven. Hierdoor verliezen ouders het respect van jongeren. Ik begrijp dat n.a.v. het boek ‘de grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders’ dat dit een conclusie is. Toch wil ik hier een kanttekening bij plaatsen. Generatie Einstein benadrukt de positieve kant in het geheel. Het
is natuurlijk gereformeerd om eerder de negatieve kant te benadrukken dan de positieve kant. Ik denk echter dat hier het probleem is dat we niet weten hoe we met culture vernieuwingen moeten omgaan. We proberen de cultuur te gebruiken om het evangelie te verkondigen maar het evangelie is, zit in de culturele vernieuwingen.

Redenen om kerk te verlaten of te blijven

Jongeren geven andere redenen om de kerk te verlaten dan hun kerkelijke ondersteuners. Er wordt benadrukt dat jongeren redenen geven die met het geloof te maken hebben.
Zelf lees ik dit niet zo in het onderzoek. Ruim de helft van de jongeren geeft aan dat de onderlinge omgang of andere relationele aspecten de belangrijkste redenen zijn om lid te zijn en
te blijven van een kerk. Verder dat ‘het voelt goed’, ‘het past bij’ en ‘de liturgie, muziek’ is goed. Dit lijkt me gezien de jongeren die mee gedaan hebben aan het onderzoek de meest logische conclusie aangezien bijna de helft actief en betrokken is. De onderzoekers vinden dit echter niet een geruststelde gedachte aangezien maar 20% van de redenen inhoudelijk van aart is! En de groep die positiever is niet vaker naar de kerk toe gaat.

Dit vind ik persoonlijk een boeiende conclusie. Dit veronderstelt namelijk nog al wat. De kerkdienst is het punt waar het om gaat en het belangrijkste is cognitieve kennis, inhoud! Hoewel dit rapport als vertrekpunt beleving heeft komt hier de kern van het probleem weer. De onderzoekers vinden inhoud en aanwezig zijn bij kerkdiensten (de meest) belangrijke elementen! Terwijl juist ook hier van jongeren tijdens catechese en vereniging het probleem ligt. Het materiaal en de inhoud sluiten niet aan bij jongeren.

Zou de inhoud misschien anders moeten zijn?

Binnen de grootste groep die nog wel lid zijn, maar nergens aan meedoen speelt het relationele aspect ook een belangrijke rol. Is het relationele aspect misschien niet het meest wezenlijke element ook al kun je dit niet los zien van inhoud?

20% die nog wel lid is, geloofd niet in een juist kerk concept. Samen met twijfel en onzekerheid over geloof zijn dit de argumenten die ze noemen.

Stefan Paas noemde secularisatie een typisch Europees fenomeen. „De kerk is niet meer aantrekkelijk voor veel mensen.” Maar vanuit historisch perspectief is de huidige situatie in Europa heel normaal. In de vroege kerk waren er niet meer kerken en christenen dan nu. Luther en Calvijn klaagden er in de zestiende eeuw al over dat maar een heel klein deel van de mensen serieus christen is. En aan het einde van de negentiende eeuw zei Abraham Kuyper dat niet meer dan tien procent van de mensen interesse zou kunnen hebben in de gereformeerde leer. Het christendom in West-Europa was aan het begin van de 20e eeuw op zijn hoogtepunt. Wij gaan ervan uit dat dit de normale situatie is. Historisch gezien was die tijd echter een uitzondering.”

Jongerenwerkers

De onderzoekers komen met de aanbeveling om jongerenwerkers in eerste instantie uitvoerend in te zetten. Dat wil zeggen direct in contact met jongeren. Het blijkt dat het voor veel jeugdleiders die op vrijwillige basis bezig lastig is om een duurzame relatie tussen de gemeente en hun jongeren te ontwikkelen en te onderhouden. Ze hebben nu eenmaal weinig tijd. Als je jongerenwerkers direct inzet, dan hebben zij daar wel tijd voor. Hier is al het een en ander over gezegd, Dit zou een verouderd en verkeerd beeld geven van de visie op jongerenwerk. Veel van de huidige jongerenwerkers wordt in gezet om beleid te maken en dienen als een paraplu functie. Het is een zwaktebod als de kerk gaat betalen voor een jongerenwerker omdat gemeenteleden zelf niet bereid zijn zich in te zetten. De rol van de jeugdwerker moet ondersteunend zijn.

Ik snap het punt van de onderzoekers en ik snap ook de reactie van de HBO jongerenwerkers (ik ben er tenslotte zelf één geweest) en onderken het probleem van niet goed opgeleide MBO mentoren (dat ben ik ook geweest)! En zie de huidige praktijk van de jongerenwerkers (ben ook beleidsmedewerker geworden). Voor mij was een gebrek aan kennis de reden om iets met theologie te
gaan doen, ik merkte in de praktijk dat ik te weinig kon: “Ik weet te weinig en moet toch antwoord kunnen geven aan de jongeren?” Maar waarom moeten jongeren meer weten dan ik? Waarom moeten ze meer kennis hebben? Waarom worden goede jongerenwerkers beleidswerkers? Waarom worden jongerenwerkers nu gezien als beleidsmedewerkers? Waartoe moet al deze kennis leiden?

Ik denk dat de aanbeveling vanuit dit onderzoek en de reactie vanuit het jongerenwerk beiden geen zin zullen hebben als niet het hele systeem veranderd! Een goede relatie is pas van waarde (relevant) als er daadwerkelijk inhoud wordt gecommuniceerd. Oké, maar zie inhoud dan niet in feitelijke kennis. Ik hou van jou! Is kennis en liefde breng je in praktijk.

Nog een vraag: Wanneer heb je een goede relatie met jongeren? Is dat als je de jongeren overal ziet en opzoekt? Nee, dat hoeft ook helemaal niet. Wat ze willen is aandacht, echtheid, iemand waarmee ze zich kunnen identificeren, trouw en eerlijkheid. Dat is genoeg! Ze willen dat waar ze in geloven relevant is voor het ‘gewone’ alledaagse leven.

Life an extraordinary life!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s