De kerk in Nederland heeft een probleem! (Help 1)

Schrik je wanneer je de titel leest? Gaan je nekharen overeind staan? Of denk je dat het inderdaad zo is, al je soms de kranten of de praatprogramma’s volgt? Kán je eigenlijk wel schrijven over het verdwijnen van de kerk? Geert Mak kan wel zeggen dat ‘God verdween uit Jorwerd’. Maar God verdween niet echt! Je kunt van alles denken:

  • Je bekijkt het vanuit de beloften: God bouwt zijn kerk. Hij laat het heus niet zo ver komen!
  • Je bekijkt het mondiaal:  In China groeit de kerk, in Nederland krimpt ze
  • Je bekijkt het kerkelijk: De een denkt ‘de kerk waar ik naar toe ga zit elke week nog vol’ en een ander vindt de kerk waar hij / zij lid van is sterk achteruit gaan in geloof en/of aantal.
  • Je bekijkt het lokaal: In de een z’n omgeving is meer dan 40% van de mensen christelijk, in de ander z’n omgeving is nog geen promille van de bevolking christelijk.

Alan Hirsch en Dave Ferguson schrijven in On the Verge dat de westerse kerk in een stevige crisis verkeert. Als je die crisis niet ziet, komt dat omdaqt je niet goed genoeg kijkt, of de trends niet volgt. Alan Hirsch beweert zelfs dat, kijkend naar Engeland en Zweden, het ongeveer nog één generatie duurt tot dat de laatste kerkganger het licht uit doet.

Hoe is dat eigenlijk in Nederland?

Feiten en cijfers op een rij uit diverse bronnen:

De ontkerkelijking die Nederland heeft gekend in de afgelopen eeuw is ‘uniek’, zo stelt het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). “Nergens in de wereld was die ontwikkeling zo sterk als in ons land”. Het percentage niet-kerkelijken steeg van 2 procent in 1899 tot 42 procent in 2008, zo blijkt uit cijfers van het CBS.  Wat zou er gebeuren met de Nederlandse kerken wanneer deze trends zich voortzetten? Deze vraag alleen maar beantwoorden met ‘dat God zijn kerk bouwt’ en vervolgens doorgaan zoals altijd, lijkt hetzelfde als zeggen dat je geen rook ziet, terwijl je huis in brand staat. Natuurlijk kan God ingrijpen en zijn kerk weer laten groeien, maar gewoonlijk schakelt God daar juist zijn kerk bij in!

Kerken die het relatief goed doen in Nederland

In Nederland zijn er een aantal kerken die wél groeien en dus anders zijn dan de gemiddelde kerk. Vaak zijn dit kerken van het type ‘megakerk’. Voorbeelden zijn:

  • De Doorbrekers in Barneveld en sinds kort ook in Amersfoort.
  • De Vrije Baptistengemeente  van de Bethel in Drachten onder leiding van Orlando Bottenble
  • De Pijler in Lelystad.

Vaak zijn dit soort kerken een soort model van kerk zijn om naar toe te groeien, om het als krimpende kerk beter / anders te gaan doen. Je denkt: ‘Wanneer we net zulke goede muziek gaan draaien als deze kerken, komen er vast meer bezoekers…’. Of  ‘Als onze predikant op díe manier gaat preken kan ik mijn andersgelovigen vrienden ook eens meenemen naar een kerkdienst, en ze zullen zich veel meer aangesproken voelen’. En op zich zijn muziek en preek inderdaad elementen die ertoe kunnen bijdragen dat je als kerk meer mensen bereikt. Wel zijn er drie belangrijke dingen om je dan bewust van te zijn, schrijft Hirsch:

  1. De meeste (kleinere) kerken hebben niet de mogelijkheden (kwaliteiten, financiën, menskracht)  om je op ditzelfde niveau als kerk te gaan organiseren.
  2. Al  zou jij je als kerk wel zo goed manifesteren, dan nog bereik je, menselijkerwijs gesproken,  nog maar 12-15% extra mensen. Alleen die mensen namelijk, die zich door déze vorm van kerk-zijn aangesproken voelt
  3. Wat doen we voor en met de overige 80-85% van de onbereikte medelanders?

Er is meer nodig

Hirsch: De traditionele kerkcultuur sluit niet meer aan bij grote bevolkingsgroepen. De plaats van de kerk in de samenleving is in de afgelopen decennia verschoven van het centrum naar de marge. Dit zie je letterlijk gebeuren op plekken waar nieuwe woonwijken worden gebouwd. Het is niet meer vanzelfsprekend dat er een kerk ingepland word. Wél scholen, winkelcentra en kinderopvang, geen geloofsplekken. Veel bestaande kerken in de binnensteden krijgen andere functies dan ze oorspronkelijk hadden. In Maastricht bijvoobeeld hebben kerkgebouwen functies gekregen als boekenwinkel, hotel, fietsenstalling en zelfs discotheek. Waar vroeger de hostie uitgedeeld werd, kun je nu een cappuccino kopen. En waar door de eeuwen heen kinderen gedoopt werden, zie je nu zweetdruppels op de voorhoofden van dansende mensen.

Er is in veel gebieden van Nederland geen natuurlijke verbinding meer tussen de kerk en een aantal bevolkingsgroepen. De groepen die je nog wél kunt aanspreken met goede prediking en kerkmuziek is kleiner geworden.  Er is een kloof ontstaan tussen de Nederlandse kerken en de wereld om haar heem, een geloofs- én een cultuurkloof.

En wie heeft de taak deze kloof te overbruggen? De postmoderne mens of de volgelingen van Jezus? Wanneer we kijken naar de opdracht en de werkwijze van Jezus, wanneer we weten van het verlangen van God, dan weten we ook het antwoord eigenlijk wel.

Twee grote problemen voor de kerk van vandaag

De kerk van vandaag heeft feitelijk twee problemen

  1. Een strategisch probleem. Met de bestaande vormen van kerk zijn – en die mogelijk nog beter gaan doen – bereiken we maximaal 30% van de Nederlandse bevolking. De andere 70% van de mensen wordt op deze manier niet bereikt, ook al is de kans groot dat zij nog wel in contact komen met gelovigen of activiteiten van kerken. Kerk en wereld  sluiten niet meer op elkaar aan, veel mensen hebben zelfs een hekel aan de kerk.
  2. Een missionair probleem De kerk heeft een duidelijke opdracht gekregen in de missie van God. God wil alle mensen bereiken met zijn goede nieuws, het is namelijk goed nieuws voor de wereld. De opdracht voor de kerk is en blijft om uit te reiken mensen, ook naar die 70% van de mensen die de kerk in z’n huidige verschijning niet ziet zitten.

Dat betekent dat er een heel andere aanpak nodig is dan de kerk decennia gehad heeft. De leegloop van de kerk is pas de laatste eeuw echt gaan doorzetten, voorheen was er in Nederland geen cultuurkloof en wat ze deed, deed ze op passend bij de bevolking van toen (Hirsch).

Wat is er nodig?

Enerzijds is het nodig dat de kerk zo goed mogelijk doet wat ze doet. Dat, waar mogelijk is, nog beter gaat doen! Dat kan als gevolg hebben dat we de 30% bereiken die nog met  ‘traditionele manieren van kerk zijn’ kunnen worden bereikt. Dus: een uitnodigende stijl hebben, groei door nieuwe aanwas bevorderen. Alpha en EMmaüs-curssussen hebben, relaties leggen, etc. Anderzijds is het nodig om serieus werk te gaan maken van nieuwe vormen van kerk-zijn. Deze gaan ontdekken als kerken, en er mee uitproberen of en hoe we de andere 70% aan kunnen spreken. Daarvoor zullen de traditionele kerken bruggen moeten gaan bouwen.

  • Wat is kerk voor deze onbereikte groep mensen?
  • Wat is goede boodschap voor deze mensen?
  • Wat zijn hún levensvragen?
  • Op welke manier sluit het evangelie aan op en bij hun belevingswereld?

Wat ons hier gebracht heeft zal ons niet daar brengen. Op dezelfde manier de dingen blijven doen die altijd zijn gedaan, zullen nu niet ineens betere resultaten gaan opleveren. We kunnen geen gat graven op een andere plek door op dezelfde plek nog dieper te graven – en toch is dit vaak wat we doen (Hirsch).

Het is niet de eerste keer dat de kerk zich in een crisis bevind en het zal ook niet de laatste keer zijn. Wel is dit decennium een van de sleutelmomenten waarop de kerk zich meer bewust wordt van haar roeping en grote opdracht in en voor de wereld.

In de volgende post gaan we dieper in op het 70/30 dilemma: De kerk kan wat leren van Albert Heijn!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s