Vissers van mensen of aquariumhouders (Help 3)

Een schip in de haven is veilig, maar schepen zijn gemaakt om te varen, niet om in een haven te liggen. Vervang ‘schip’ eens door ‘kerk’. Waar is de kerk voor bedoeld? Wat is haar haven en wat is haar zee? Wat is het werk van de kerk? In welk gebied hoort ze, volgens haar bouwer, thuis en waar is die kerk (af en toe) voor bevoorrading of herstel?

Waar is de kerk voor gemaakt? De kerk is gemaakt voor het werk waar God de kerk voor liet en laat bouwen. Hirsch schrijft dat de kerk echter al eeuwen vooral een schip is dat in de haven ligt. In deze post beschrijven we hoe Hirsch tot die conclusie komt en hoe, volgens hem, de kerk in deze situatie beland is. Via een kerkgeschiedenis in grote lijnen geeft hij inzicht over de reizen die ‘het schip’ gemaakt heeft. Hier zien we hoe vissers van mensen in aquariumhouders veranderen.

Het begin

De reis van het kerkschip begint in A.D. 33. Daar ontstaat het christendom met het moment dat Jezus op paasmorgen opstaat uit de dood, de Heilige Geest in de scheepsbemanning komt wonen en de schepen van Gods rederij hun taken krijgen. Het is het begin van een enorme beweging, de geboorte van het Christendom. Op dat moment is er vrijwel geen sprake van structuren en organisatie, zeker niet zoals wij die in onze tijd kennen. Het was vooral een beweging (Hirsch schrijft ‘Movemental’) en ze verspreidde zich van mens tot mens (Hirsch schrijft ‘Viral’) als een lopend vuurtje. De verspreiding van dat Christendom was een olievlek die zich vanuit Jeruzalem in de wereld verspreidde. Lees er op wikipedia (US) meer over…

Welke structuren zien we daar en toen?

De Apostelen hadden een belangrijke rol (we lezen er heel veel over in Handelingen). Je leest hoe Petrus en ook Paulus te werk gaat. En, wat heel erg opvalt, ook ‘gewone’ mensen (nieuw-bekeerden) krijgen en spelen een belangrijke rol. (Hirsch noemt dit ‘Bottum-up’). De een blijft op zijn of haar eigen plek, anderen helpen aan de verspreiding van het evangelie en er komt al snel vervolging. We schrijven 33 tot 80 na Christus: de nieuw-testamantische kerk.

Meteen in die periode zie je op ook al wat meer structuren en een vorm van organisatie ontstaan. Al heel snel worden diakenen gekozen en benoemd. En Paulus stelt – in een 2e ronde, als de gemeentes al een tijdje bestaan – oudsten aan in die gestichte gemeenten. Toch constateert Hirsch, achteraf en terugkijkend, dat de kerk meer vloeibaar (Hirsch noemt dit fluïde) en bewegend is dan zoals nu een instituut, met gebouwen en uitgewerkte functies, liturgieën, belijdenissen en kerkordes, vormvast, maar ook traag en stroperig. De periode van de vroege kerk: 100 tot ongeveer 3o0 na Christus. Wanneer je aan de mensen van tóen de vraag zou stellen ‘Wat is kerk?’ Welke antwoorden zou je dan krijgen? Wat denk je? Waarin zouden die antwoorden verschillen van jouw antwoorden? Hirsch zegt:

Jij kijkt heel anders naar de kerk dan de christenen van toen.

Waar ligt dat aan? Is er een speciaal moment geweest dat de kerk drastisch is veranderd? Ja! Een grote verandering vindt plaats in een scharnierpunt in de geschiedenis: in het jaar AD 320.

Keizer Constantijn

In A.D. 320 is Constantijn keizer van het Romeinse rijk. Volgens de geschiedenisboekjes vindt er in het jaar 312 een strijd plaats om het westelijke deel van het Romeinse rijk. Een oorlog tussen de keizers Constantijn en Maxentius. Constatijn wint en schrijft deze overwinning toe aan de God van de christenen. Dat is het moment dat Constantijn zich verbindt aan deze groep. En dat het christendom staatsgodsdienst wordt. Op dat moment vormden de christenen ongeveer 10% van de bevolking.

Stel je voor dat het koningshuis en de regering zich in 2013 verbinden aan de Islam (moslims vormen op dit moment in Nederland ongeveer 8% van de bevolking) en besloten wordt dat de islam staatsgodsdienst wordt en dat elke ambtenaar verplicht moslim moet zijn, of wordt ontslagen. Wat zou er gebeuren?

Constantijn neemt zeer duidelijke maatregelen. Ze zijn soms en lijken zeker heel vaak ‘gunstig’ voor het christendom. Hij verandert een vaak illegale, meest ondergrondse (Hirsch schrijft: ‘Grassroots’) en missionaire beweging (Hirsch noemt dit: ‘Missioanal’ en ‘movemental’) in een staatsgodsdienst. De kerk mag zich ineens publiek organiseren, wordt niet meer vervolgd en krijgt status en macht. Alles verandert. Het begin van de kerk zoals we die nu nog kennen. We schrijven 320 na Christus tot 2012: de kerk van nu. Keizer Constantijn verandert de rol, positie en vorm van de kerk.

Tijdens de regering van Constantijn de Grote wordt door het edict van Milaan (313) godsdienstvrijheid toegestaan en komt er een einde aan de christenvervolgingen van Diocletianus (303-305 n.Chr.) en Galerius (305-311 n.Chr.). In feite worden vanaf dat moment de andere godsdiensten benadeeld. Ten tijde van het Edict van Milaan was waarschijnlijk nog slechts 10% van de bevolking van het Romeinse Rijk Christen, maar 40 jaar later was dat al ongeveer de helft. Het kortstondige streven van – vermoorde – keizer Julianus de Afvallige om de christelijke vloedgolf te stuiten, liep op een mislukking uit. Onder keizer Theodosius I wordt het christendom in 380 zodanig bevoordeeld dat we kunnen spreken van staatsgodsdienst. Vanaf 392 worden alle andere godsdiensten verboden (Wikipedia).

Ontstaan van de Algemeen (Katholieke) kerk

Het begin van wat we nu kennen als Algemeen (katholieke) kerk lijkt in deze periode te zijn ontstaan. Er worden grote gebouwen neergezet op de meest centrale plekken in de steden en dorpen. Er komen betaalde ambten (ambtenaren) die in de kerk worden ingesteld (aangesteld). Wil je ambtenaar worden, of politicus,  (incl. alle bijbehorende rijkdom en aanzien) dan móet je lid zijn van de staatskerk.

Enkele verschillen:

  • Paulus zoekt naar geschikte oudsten; naar mannen en vrouwen die voorbeeld zijn in en voor de andere leden (zie de brieven aan Titus en Timoteüs).
  • De kerk kent geen of nauwelijks betaalde functies; mensen verdienen hun eigen salaris en krijgen mogelijk een vergoeding voor hun werk. Of ze leven van vriendenkringen en giften van gemeente(lede)n.
  • Het leiderschap wordt door Paulus bepaald, of door de gemeenten zelf gekozen.

Wat is het gevolg van Constantijns’ keuzes voor de kerk?

  • Constantijn word Pontifex Maximus, een titel die later gegeven zou worden aan de pausen van de Katholieke kerk.
  • Kerkleiders worden benoemd, vaak met een politiek of financieel motief.
  • Kerkleiders worden betaald.

Je ziet een duidelijk scharnierpunt,  een grote overgang in de kerkgeschiedenis. Van een kerk als beweging naar een kerk als instituut. De beweging werd uit de kerk gehaald zou je kunnen zeggen.

Belangrijke gevolgen

  1. De belangrijkste redenen om Christen te worden, veranderen. Weten dat je vervolgd kan worden en tóch geloven, verandert in geloven en zo status, aanzien, macht en soms inkomen gaan krijgen.
  2. Christen zijn werd in veel delen van het rijk verplicht. Er zijn opeens geen heidenen meer. Natuurlijk wórden veel mensen geen echte christenen en is er dus veel afgodendienst en ‘folk-christianity’.
  3. De kerk raakt er van overtuigd dat er alleen (ver) buiten de grenzen van het Romeinse rijk nog heidenen zijn. En dat zijn feitelijk maar onderontwikkelde barbaren. Batavieren, Franken, Druïden, Indianen, Maja’s…
  4. Zending is er. Want… dat is niet nodig binnen de eigen grenzen. Iedereen ís christen!
  5. Herder en Leraar worden de primaire ambten van de christelijk kerk: alle inwoners zijn christelijke schapen en deze schapen moeten geweid worden én worden onderwezen.
  6. Evangelisten (die mensen bekeren) en Apostelen (die uitdragen en vernieuwen) zijn niet nodig.
  7. Profeten zijn niet gewenst (ze zeggen tenslotte vooral dingen die machtshebbers niet willen horen).
Bron: Kerk in de 21e eeuw van C.J Haak
 

In 1054 voltrekt zich een groot schisma tussen de Kerk van het Oosten en de Kerk van het Westen. De directe aanleiding waren de geschillen over enerzijds de pauselijke autoriteit en anderzijds doctrines. Minder belangrijke discussiepunten waren onenigheid over de liturgie, conflicterende claims over jurisdictie binnen de christenheid. De elfde eeuw wordt ook beheerst door Hendrik III (1039-1056). Hij is een krachtige hervormer uit het Frankische huis. Het pausdom en de kerk staan circa tien jaren onder zijn invloed. Hij benoemt een aantal pausen. Hij zet ze ook af. In 1059 komt er een kentering. Het conclaaf van kardinalen kiest uit haar midden een paus: Gregorius VII. Deze is een krachtige figuur en verbiedt de lekeninvestituur, waardoor hij in botsing komt met Hendrik IV. Gregorius excommuniceert Hendrik in 1073. Deze gaat naar Canossa en verkrijgt op 25-27 januari 1077 van Gregorius absolutie. Dit is werkelijk een hoogtepunt van de pauselijke suprematie. In deze periode ontwikkelt de Kerk ook instrumenten om te straffen. Zij stelt drie mogelijke straffen in: het interdict,de grote ban (excommunicatio maior),de kleine ban (excommunicatio minor). In de 12e en 13e vinden we de kruistochten: In 1074 plant paus Gregorius VII een oorlog tegen de ‘ongelovigen’, met als tweede doel de hereniging van de Westerse en de Oosterse Kerk. Paus Urbanus II (1088-99) neemt het plan van zijn voorganger weer op. Zijn motivatie was eerder religieus dan politiek. Terwijl Urbanus de voorbereiding van het Concilie van Clermont heeft, preekt hij, voor een grote massa mensen, op 26 november 1095 voor het eerst de kruistocht. De aanwezigen reageren enthousiast. In totaal zullen in de periode tussen 1147 en 1272 nog acht andere kruistochten volgen. Geen enkele zal Jeruzalem nog bereiken. Saladin wordt er de baas. Het eindresultaat van de kruistochten is niet alleen dat de Westerse en de Oosterse Kerk verder van elkaar zijn gegroeid dan tevoren maar ook dat de Westerse Kerk zich vijanden heeft gemaakt zowel bij de Joden als de moslims (Wikipedia).

Het citaat illustreert o.m. de vermenging van staat en kerk, de vastlegging van de kerk in instituut, hiërarchie, liturgie en het gebruik van macht, zelfs oorlogen.

Leren van de vroege kerk

In die lange periode van de kerkgeschiedenis (320 tot 2012 is een lange tijd) ontstaan absoluut nog vele veranderingen. Maar, zegt Hirsch, niet echt structurele veranderingen rond het denken van de kerk als centrale organisatie in de samenleving. En evenmin op het terrein van de ambten: Herders en leraars zijn standaard, Apostel, Profeet en Evangelist zijn verdwenen. Alleen de paus en de bijbehorende sterke hiërarchie verdwijnen in de reformatorische kerken. Daar komen echter andere structuren voor in de plaats. Meerdere vergaderingen, synodes en een wereldraad van kerken, bijvoorbeeld.

De kerk is scheefgegroeid. Ze denkt teveel vanuit haar eigen, gegroeide organisatievorm van ná 320. De kerk kán bijna niet anders kijken naar zichzelf dan zo. Wat er nodig is, is een paradigma-shift (Hirsch).

In de beeldspraak van het begin van dit stuk: het schip van de kerk is een haven ingevaren, heeft aangelegd en is niet opnieuw uitgevaren. De veranderingen die we nu zien, zijn veranderingen en verbouw van het schip terwijl het IN DE HAVEN ligt.

Reformatie

Een voorbeeld is De Reformatie (1600 tot nu). Er verandert véél: de beelden gaan de kerk uit, het leiderschap en de kerkstructuur worden aangepast. Maar de gebouwen blijven, het instituut wordt opnieuw doordacht. Een instituut dat vervolgens naast een ander kerk-instituut komt te staan. En per land beslist de vorst (of de regering) welke christelijk richting / organisatie staatsgodsdienst is. De bevolking volgt de vorst. In de kern van de zaak blijft de kerk staatstkerk. En dus:

  • blijft evangelisatie nog steeds buiten beeld.
  • blijven er ‘gewone leden’ en ‘leken’, ‘schapen’.
  • blijven veel kerkfuncties betaald.
  • worden mensen benoemd (of bevestigd) door een overheid.
  • Vaak zijn predikanten in dienst van het rijk of krijgen ze van de overheid hun salaris (zie Duitsland: kerkbelasting, Denemarken: staatspredikanten).

Constantijn(s denken) is nog niet ont-troont! Hirsch zegt in zijn boek “On the Verge” dat de kerk, wil ze de problemen van vandaag tegemoet treden, dat die kerk opnieuw moet leren van de Vroege en van de Nieuw Testamentische kerk. Dat wij moeten leren van DE KERK VOORDAT ze staatskerk werd.

De uitdaging van vandaag is om de kerk als beweging weer te ontdekken, dit is in de geschiedenis vaker gebeurt, en wanneer dat gebeurde werd de kerk (bijna) altijd opnieuw viraal. En dán kreeg ze enorme impact.

Voorbeelden van die impact zijn: De Vroege Reformatie, de Keltische opwekking, de Waldensische beweging, de Franciscaner reformatie, de Moravian Church of de Chinese ondergrondse kerk, etc. Voor een kort overzicht van de geschiedenis van het christendom klik hier.

In de volgende post gaan we kijken welke otnwikkelingen vanaf de Reformatie hebben plaatsgevonden. Dan maken we de korte kerkgeschiedenis van Hirsch af.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s