Geen gezonde(n) kerk (help 5)

In onze vorige post gaven we aan dat we nu zouden toespitsen op attractief kerkzijn en incarnationeel kerkzijn en dat we dit zouden combineren met de marketingtheorie over rode en blauwe oceanen. Het leek ons echter goed om een pas op de plaats te maken en voordat we verder gaan een samenvatting te geven en één element naar voren te halen wat wij nog niet verder hebben uitgewerkt, namelijk het spreken van Hirsch over een ‘Apostolic Environment’ als element van het missionaire DNA. Hier speelt de vijfvoudige bediening van Efeziërs 4:11-12 een centrale rol. Wil je je abonneren op deze blogartikelen? klik dan hier. Voor deze post hebben we gebruik gemaakt van een blog van Jos Douma ‘De schijf van vijf voor een gezonde kerk

Niet-religieuze mensen werden steevast aangetrokken door de boodschap van Jezus. Terwijl Bijbelgelovige, religieuze mensen van die dagen zich er aan stoorden. In onze tijd hebben kerken meestal niet dat effect. De buitenstaanders die Jezus trok, trekt de kerk niet. Wij trekken conservatieve, stijve, moralistische mensen aan. Losbandige en marginale types vermijden de kerk. Dit kan maar één ding betekenen. Als de prediking van onze dominees en het handelen van onszelf (kerkleden) niet het effect op mensen heeft dat Jezus had, dan brengen we vast en zeker niet dezelfde boodschap als Jezus (Tim Keller in De Vrijgevige God).

Dit is een stevige uitspraak! Hoe komt het dat we als kerk in Nederland zo weinig bekeerlingen krijgen? Zo weinig alto’s, bohemiens, kunstenaars, prostituees, niet-christenen? Ligt het aan de christelijk boodschap? Ligt het aan onze liefde voor God, of onze medemensen. Ligt het aan hoe we kerk zijn? Of is het nog weer heel anders? Ook moet ik denken aan het voorbeeld wat ik onlangs hoorde. De kerk, dat is wel de laatste plaats waar ik naar toe zal gaan, want daar word ik alleen maar veroordeeld en krijg ik een nog slechter zelfbeeld! In deze post noemen we (nogmaals) de drie redenen die Alan Hirsch geeft in ‘On the Verge‘ waarom de kerk geen missionaire identiteit (meer) heeft.

  1. De kerk is haar identiteit als gezonden gemeenschap kwijtgeraakt. Eerlijk gezegd weten we dat zelf ook wel, als we naar onszelf kijken. We zijn vooral een kom-en-kijk-en-doe -mee –kerk. We gaan er niet meer op uit, mede naar het bevel van Jezus: ‘Ga er op uit en maak…’
  2. We hebben als kerk een marginale positie gekregen in de maatschappij. Dat vindt Hirsch geen reden voor inkeer (een conclusie van Wim Dekker na eenzelfde analyse) maar een reden voor herbezinning op kerk-zijn. Kunnen we kerk zijn op andere manieren? Kerk met andere methodieken en werkend in onverkend terrein?
  3. De kerk is drie van haar vijf belangrijke functies kwijtgeraakt. Hirsch gaat uit van de 5-voudige bediening van Efeziërs. De kerk is echter al heel lang haar evangelisten,  vernieuwers en profeten kwijtgeraakt.  Wat we hebben gehouden zijn onderwijs en pastoraat. En door het verlies werd de kerk passief.

In deze post werken we vooral de derde reden verder uit, maar willen we van de andere twee redenen de kern weergeven.

1. Het verdwijnen van de gezonden gemeenschap

In blog drie Vissers van mensen of aquariumhouders hebben we hier uitvoeriger bij stil gestaan. Nu willen we het volgende er over zeggen:

In een heel interessante weergave van de kerkgeschiedenis komt Hirsch tot dezelfde conclusie als eerder al Kees Haak in‘Kerk in de 21e eeuw’. Beide schrijven over het grootste kantelpunt in de kerkgeschiedenis: een gebeurtenis in de 4e eeuw. Op het moment dat de kerk staatskerk werd (± 330) onder Keizer Constantijn verdween haar missionaire elan. Niet verwonderlijk,  want vanaf dat moment was het ‘verplicht’ en dus normaal om christen te zijn. Waar je eerst werd vervolgd voor je geloof,  was geloven nu bijvoorbeeld voorwaarde om ambtenaar te worden. Waar eerst gewone christenen anderen ‘wonnen voor Christus’ waren het nu (vaak betaalde) voorgangers die het geloof onderwezen. En waar de kerk zich eerst verspreidde door zending,  dwars door alle grenzen van ras,  sexe, taal en land heen, was nu het hele romeinse rijk gekerstend en was zending vooral een pacificatiebeleid van de Romeinse keizers. Zo kregen de Batavieren kerst, en de Franken en Saksen begonnen Pasen te vieren.

  • De kerk gezonden?……………Niet meer!
  • Ondergronds?………………..Niet langer!
  • Een beweging?…………….Een instituut!
  • Iedereen betrokken?…….Mm……………

In 2012 is de situatie echt heel anders. Althans op sommige punten. Wat opvalt is dat het christelijk geloof (en de kerk) een afnemende zaak is in Nederland.  Reden tot grote zorg, zegt de een, reden voor urgente actie, zegt Hirsch, want het hart van de kerk is missionair.

2. Marginale positie

In het Friesch Dagblad las ik afgelopen woensdag dat de Protestantse Kerk wil dat bestaande gemeenten gaan pionieren. Experimenteren met nieuwe kerkvormen wordt een belangrijk speerpunt in het beleidsplan 2013-2016 van de Protestantse Kerk. De landelijke kerk gaat bestaande gemeenten stimuleren om te pionieren. In principe kan iedere kerk aanhaken. ,,Het gaat om gewone gemeenten die zeggen: wij hebben met elkaar de droom om hier op een andere manier door te gaan. Gemeenten die merken: zoals we nu bezig zijn, loopt het langzaam maar zeker leeg. Kunnen we niet een nieuwe start maken?”

Als kerk moeten we weg uit de marge, op zoek naar nieuwe manieren van kerk-zijn en doorgaan met kerk-zijn zoals we al doen!

Hirsch geeft een overtuigend betoog waarom de kerk NIET door moet gaan met ALLEEN MAAR kerk te zijn op de huidige manieren. We bereiken er namelijk steeds minder mensen mee. En doorgaan met diezelfde manieren zal menselijkerwijs niet leiden tot meer bekering. Wat dan wel? We moeten gaan experimenteren,  nieuwe groepen proberen te bereiken. Door kerk te brengen naar waar mensen zijn. Dus ga-kerken en ga-mensen worden. Er zijn al wat kleine voorbeelden te zien in Nederland. Missionaire verhuizers,  starende tafelkerken, simpelkerken (kringen die huiskerk zijn of worden), een KerkLab, een protestants stadsklooster en een kroegkerk. Op zoek gaan waar Gods Geest deuren en harten opent.

Hirsch houdt dus een pleidooi voor nieuwe vormen van kerkplanting en van nieuwe, nog onbekende  manieren van kerk zijn. En, schrijft hij, ga daarnaast verder met aantrekkelijk kerk zijn op de bekende manieren: een prachtige, heilige kern en een zachte, gastvrije grens. Hirsch noemt dit En/En denken: Missionair EN Attractief. Daarbij moet je steeds de focus houden op wat Jezus leerde aan zijn discipelen.

Win mensen voor mij, maak van hen discipelen, leidt ze op zodat ze zelf ook weer gezonden kunnen zijn.

3. APEST

Hirsch benadrukt steeds weer en  heel nadrukkelijk de rol van iedere christen. Het ambt van alle gelovigen, dus. De kerk ís in haar kern een groepje mensen met Christus als Heer. De basis van de kerk zijn Henk en Ingrid + John en Anita én Christus.Om dit te bereiken speelt de vijfvoudige bediening van Efeziërs 4:11-12 een centrale rol:

En Hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd.

Alan Hirsch schrijft in zijn boek: The Forgotten Ways. Reactivating the Missional Church (2006) over deze vijf bedieningen en stelt dat in de kerk al deze bedieningen een plek moeten hebben. Apostel, Profeet, Evangelist, Herder, Leraar (APEHL). Hirsch beweert dat toen de kerk staatskerk werd,  alleen  Herders en Leraars nodig bleven. En die functies werden  betaald gemaakt. De APE (Apostelen,  Profeten en Evangelisten) verdwenen in die tijd uit de kerk, om nooit meer echt terug te komen. Ook niet bij de Reformatie. De kerk was en bleef tot de 19e eeuw te veel een staatskerk en een deel van het ‘establishment’.

Over de vijf bedieningen schrijft Hirsch:

APOSTLESextend the gospel. As the “sent ones,” they ensure that the faith is transmitted from one context to another and from one generation to the next. They are always thinking about the future, bridging barriers, establishing the church in new contexts, developing leaders, networking trans-locally. Yes, if you focus solely on initiating new ideas and rapid expansion, you can leave people and organizations wounded. The shepherding and teaching functions are needed to ensure people are cared for rather than simply used.

PROPHETS know God’s will. They are particularly attuned to God and his truth for today. They bring correction and challenge the dominant assumptions we inherit from the culture. They insist that the community obey what God has commanded. They question the status quo. Without the other types of leaders in place, prophets can become belligerent activists or, paradoxically, disengage from the imperfection of reality and become other-worldly.

EVANGELISTS recruit. These infectious communicators of the gospel message recruit others to the cause. They call for a personal response to God’s redemption in Christ, and also draw believers to engage the wider mission, growing the church. Evangelists can be so focused on reaching those outside the church that maturing and strengthening those inside is neglected.

SHEPHERDS nurture and protect. Caregivers of the community, they focus on the protection and spiritual maturity of God’s flock, cultivating a loving and spiritually mature network of relationships, making and developing disciples. Shepherds can value stability to the detriment of the mission. They may also foster an unhealthy dependence between the church and themselves.

TEACHERS understand and explain. Communicators of God’s truth and wisdom, they help others remain biblically grounded to better discern God’s will, guiding others toward wisdom, helping the community remain faithful to Christ’s word, and constructing a transferable doctrine. Without the input of the other functions, teachers can fall into dogmatism or dry intellectualism. They may fail to see the personal or missional aspects of the church’s ministry.

Over de vijf bedieningen zegt Hirsch:

Onze taak

Wat kunnen we doen om weer een gezonde(n) kerk te worden? Kunnen we leren van Hirsch door op zoek te gaan naar …

  • mensen met Apostolaat (Vernieuwers, Katalysatoren);
  • mensen met Profetische  gaven (Waarschuwers, Lezen de cultuur en Herinterpreteren die vanuit de Bijbel);
  • en Evangelisten (Winnaars voor Christus, Wegtrekkers en Binnenhalers).

Als de kerk deze functies opnieuw instelt, komen ook de Herder (Zorger)  en Leraar (Onderwijs en groei) weer echt tot hun recht! Dan zijn er vijf bijzondere dienaren, die er voor moeten zorgen dat iedereen in de gemeente zich op de juiste manier inzet met zijn of haar gaven. Deze dienaren moeten het gebruik van alle gaven in de gemeente bevorderen om zo:

  • de heiligen toe te rusten;
  • aan te zetten tot dienstbetoon;
  • het lichaam op te bouwen.

Dit vraagt om leiders in de kerk met een nieuwe stijl van leiding geven om zo het missionaire elan te vergroten. Jaap Ketelaar schreef vorig jaar in Idea hier het volgende over:

  1. Loop als leider voorop in plaats van achteraan.
  2. Ga als leider voor nieuwsgierigheid, niet voor zekerheid.
  3. Leid met een ‘Ja!’ en vraag pas later: ‘Hoe?’

Geloof dat leeft

Om te komen tot een klimaat binnen de gemeenschap waarin het gezonden zijn vorm kan krijgen, is de uitnodiging / bemoediging / support nodig waarop mensen kunnen reageren. Daarnaast is uitdaging nodig om uit de comfortzone te trekken en een stap te zetten. Een hoge support en hoge uitdaging bevorderen een cultuur van discipelschap. In Markus 4 zien we dat vier groepen het evangelie ontvangen. Drie nemen het aan, maar bij die drie ontstaat er bij twee geen veranderd leven! Sommigen zijn als het zaad dat op de weg valt. Het woord wordt wel gezaaid, maar wanneer ze het gehoord hebben, komt meteen Satan om het woord weg te graaien dat in hen gezaaid is. Anderen zijn als het zaad dat op rotsgrond is gezaaid: wanneer zij het woord hebben gehoord, nemen ze het meteen met vreugde in zich op, maar in hen schiet het geen wortel, ze zijn te oppervlakkig, en als ze vanwege het woord worden beproefd of vervolgd, houden ze geen ogenblik stand. Weer anderen zijn als het zaad dat tussen de distels is gezaaid: ze hebben het woord wel gehoord, maar de zorgen om het dagelijks bestaan en de verleiding van de rijkdom en hun verlangens naar allerlei andere dingen komen ertussen en verstikken het woord, zodat het zonder vrucht blijft.

Maar er zijn ook mensen die zijn als het zaad dat op goede grond is gezaaid: zij horen het woord en aanvaarden het en dragen vrucht, sommigen dertigvoudig, anderen zestigvoudig en weer anderen honderdvoudig.’

De 1e groep (rotsgrond) heeft geen geduld en volharding om het lijden te dragen. De 2e groep (distels) blijft zichzelf zorgen maken over het eigen persoonlijke leven en het eigen bezit. De enige groep (goede grond) die wel veranderde heeft niet harder gewerkt en is ook niet gehoorzamer geweest; het zijn de mensen die horen en begrijpen (goede grond). Deze mensen dragen vrucht. Dertig-, zestig- en soms honderdvoudig.

Luther schreef het zo: We worden gered door geloof alleen, maar niet als dat geloof alleen blijft. God zegt van zijn mensen dat hun leven het bewijs moet zijn van zijn liefde. Zijn liefde die (op)zoekt, die moed geeft. Zijn liefde die geduld heeft, die wacht, Zijn liefde  voor de verlorenen. Onze liefde! Zou het zo kunnen zijn dat we kerk zijn complex hebben gemaakt en discipelschap te eenvoudig? Moeten we niet bidden om méér christenen, maar om radicalere? Zou het zo kunnen zijn dat het grote aantal in het verleden het zoutgehalte misschien wel heeft aangetast? Moeten we niet gaan bidden, dat christenen weer zout-der-aarde gaan worden, en dat dat zout uit al die kerkelijke zoutvaatjes komt om in het eten terecht te komen? Stel dat dit gebeurd; hoe doen ‘we’ dit dan?

Is de enige manier niet door de zoutvaatjes ondersteboven te houden en door elkaar te schudden?

Thuis, op straat, op ons werk of op bezoek? Juist dan zijn we pas op die plaats, waar wij als leerlingen van Jezus, als lichaam van Christus, als zout der aarde thuishoren. Dat betekent, net als bij Jezus: In ontmoetingen met mensen getuigen van de blijde boodschap; mensen tot Jezus brengen, tot bekering en wedergeboorte, hen leiden tot vervulling met de heilige Geest, maaltijd houden en samen gemeenschap vieren in de Heer, mensen bevrijden van hun zonden, schuldgevoelens en boze machten, zieken genezen, ons hele leven daarvoor inzetten als een echt priesterlijk mens, gemeenschap vormen, te beginnen in het gezin, dat een kerk, een gemeente in het klein moet worden.

A missional church is a church that defines itself, and organizes its life around, its real purpose as an agent of God’s mission in the world

In het volgende blog (6) gaan we in op attractief kerkzijn en incarnationeel kerkzijn. We combineren dit met de marketingtheorie over rode en blauwe oceanen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s