Jongerenwerk 3.0 is onzin zonder zin! #Innov8

Afgelopen dagen ben ik naar de Innov8 conferentie geweest en de komende tijd wil ik (samen met mijn collega’s) naar aanleiding van Inno8 het een en ander delen. Vandaag wil ik iets zeggen over ‘Jeugdwerk 3.0’. Tijdens een workshop werd flink gediscussieerd over jongerenwerk 3.0. Vooraf werd nog kort toegelicht dat je op verschillende manieren naar het jongerenwerk kunt kijken, waarbij twee uitersten tegenover elkaar werden gezet:

  1. Chronologische kijk waarbij de uiterste degeneratie of evolutie is.
  2. Sociologisch kijk waarbij de uiterste mijding of wijding is.
  3. Pedagogisch kijk waarbij je kunt spreken van opvoeden of vergezellen
  4. Theologisch kijk waarbij je spreekt van openbaring of ingroeien (waarbij de jongeren meegenomen wordt in het verhaal)

Op deze vier punten werd verder niet specifiek ingegaan wat ik achteraf wel jammer vond, des te meer omdat we aan de pedagogische en theologische manier van kijken niet toekwamen, terwijl daar de sleutel volgens mij ligt. Rachel Blom stelde in haar blog naar aanleiding van de plenaire sessie dan ook terecht de vraag:

Waar sta jij theologisch en hoeveel tijd besteed jij aan theologische groei, vorming en reflectie, ook zonder dat het direct een praktische toepassing heeft voor je werk?

Jeugdwerk 3.0 beter dan wat?

Het doel van Jeugdwerk 3.0 wordt nu vooral omschreven als je moet ‘er zijn’ voor jongeren. Nu is dat ook jarenlang mijn stokpaardje geweest toen ik werkzaam was in The Mall bij YfC in Gorinchem. Maar ik vind het onzinnig dat dit het enige doel zou moeten zijn! Met ‘er zijn’ (incarnationeel werken) is niks mis, maar als dit betekent dat je er alleen maar bent, dan mis je iets (Na incarnatie volgt kruisiging, opstanding, hemelvaart en Pinksteren).

Tijdens de workshop proefde ik dat de meerderheid Jeugdwerk 3.0 beter vindt, omdat de huidige cultuur zo veranderd is, dat ze vraagt om een ander aanpak en dat dus eigenlijk 3.0 nu toch echt wel beter is dan ander jeugdwerk. Aan de andere kant kan de veranderende cultuur ook pleiten om het jeugdwerk daarom juist sterker te organiseren. Volgens mij kloppen beide uitersten niet als je ze Absoluut stelt. De cultuur waarin je gaat bewegen mag niet (alleen) bepalend zijn en tegelijk moet je niet alles nog sterker willen organiseren.

Zelf denk ik overigens dat je in je kerk alle drie vormen van jeugdwerk nodig hebt, afhankelijk van de jongeren en het doel wat je wilt bereiken met de jongere en de plaats waar je kerk bent! Ik vind het gevaarlijk om ze uit elkaar te trekken!

Ik beeld dit graag uit in onderstaand schema, waarin je de 3 vormen ziet weergegeven. Ik zet ze zo neer dat er diverse vlakken zijn waar ze elkaar overlappen. Volgens mij is dit namelijk de realiteit zo als het moet zijn! Het grootste gevaar is dat je het uit elkaar trekt terwijl je alle drie fases nodig hebt (en niet noodzakelijk chronologisch). Ik vat ze dan ook samen met: Verdieping, Verbreding en Vernieuwing. Deze terminologie laat ook zien dat je niet van te voren kunt zeggen hoe Jeugdwerk 3.0 er uit gaat zien, maar dat je meer faciliterend het jeugdwerk organiseert.

Binnen de kerk is/moet er ruimte zijn voor verschillende vormen, juist ook omdat iedere jongere zelf ook weer anders is en ook de plaatselijke cultuur anders is.

Relationeel werken

De sleutel die tijdens de bespreking ook nu weer naar boven kwam was ‘relationeel werken’. Relationeel jongerenwerk waar ‘er zijn’ als de oplossing wordt gezien. Dit relationele werken werd de laatste jaren gekoppeld aan een programma, maar nu zien we dat de programma’s naar de achtergrond gaan en soms zelfs geheel verdwijnen. Het startpunt is veranderd en is de jongeren geworden. Sommige vragen zich zelfs af of je überhaupt verder moet gaan dan het startpunt ‘je leven delen’.

Los van of je dit wel of niet wilt, hiervoor hebben we leiders nodig die zich willen committeren aan jongeren en niet zo zeer aan een taak die gedaan moet worden. Dat vergt veel creativiteit en tijd van gemeenteleden die zich in willen zetten en zijn de gemeenteleden er nog?

Persoonlijk heb ik er moeite mee om de jongere als startpunt te nemen. In de eerste plaats omdat we dat van onszelf niet kunnen. Het startpunt is namelijk de jongerenwerker zelf en zijn of haar denkbeeld chronologische, sociologische, pedagogische en theologische kijk, maar is op zich niks mis mee, maar het is goed om ons af te vragen of we onze eigen ‘tekorten en verlangens’ projecteren op jongeren!

De onzin van jongerenwerk 3.0

Verder hoeft er geen tegenstelling te zijn tussen een programma en relationeel werk. Programma’s kunnen goed zijn, afhankelijk van hoe ze gebruikt worden! Belangrijk is wat je als jeugdwerker zelf gelooft en hoe je dit voorleeft en of je dit kan vertalen naar het leven van de jongere. De stijl en uitwerking kunnen anders zijn, terwijl de inhoud hetzelfde blijft!

Misschien is dit wel de ‘onzin van jongerenwerk 3.0’: Omdat we niet meer weten wat nu echt noodzakelijk is om te geloven, wat nu echt de inhoud is waar het om gaat en wat dit voor de praktijk betekent! Omdat we in het jeugdwerk onze ‘eigen’ identiteit zijn kwijtgeraakt, willen we geen verkeerde antwoorden geven of zelfs helemaal geen antwoorden. We willen naast ze staan, met ze meelopen op de weg, niet confronterend, hooguit informerend. Maar in dit alles hebben we het niet over jongeren, maar hebben we het over jeugdwerkers die het zelf niet meer weten.

De vraag is volgens mij ‘waarom’ wil je überhaupt jongerenwerk doen? Hier hoop ik de volgende keer op in te gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s