Wat motiveert jongeren?

Jongeren laten zich nu niet meer automatisch opleggen wat ouderen van hun vragen. We zien dat de machtsbalans is verschoven van autoritair naar een toenemende gelijkwaardigheid. We verdiepen ons minder in onderwerpen en we leven in een tijd van enorm veel prikkels waardoor we hoofd- en bijzaken moeilijk kunnen scheiden. Vroeger deed je ‘alles’ omdat anderen vonden dat je dat moest doen, omdat het zo hoorde, maar tegenwoordig doe je iets veel meer omdat je het zelf wilt. Dit is een culturele ontwikkeling waar we in de kerk mogelijk te weinig rekening mee houden. Het onderwijs wat wij aan jongeren geven sluit hierdoor vaak niet meer aan bij de jongeren, omdat de motivatie bij jongeren ontbreekt.

Wat jongeren motiveert en in beweging zet, is verschillend. Algemeen kun je zeggen dat ze in beweging komen door positieve prikkels ‘What’s in for me’, maar ze hebben ook de wil om te leren en te groeien als aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan. Denk hierbij aan randvoorwaarden als vrijheid, waardering en erkenning. Je kunt onderscheid maken tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Tegelijk is er tussen beide een subtiel samenspel wat niet losgekoppeld kan worden.

  1. Intrinsieke motivaties zijn motivaties die mensen drijven zonder invloed van buitenaf. Het draait om interesse en plezier van een taak of onderwerp, puur vanuit jezelf.
  2. Extrinsieke motivaties zijn motivaties waarbij de wil om een taak uit te voeren niet ligt in het plezier hebben vanuit jezelf, maar omdat je op termijn een bepaalde beloning verwacht te bereiken.

Jongeren worden gemotiveerd als ze weten waar ze het voor doen en waar ze terecht kunnen komen. Je zou kunnen zeggen dat motivatie voortkomt uit leergerichtheid en prestatiegericht zijn:

  • Bij presentatie ben je vooral gericht op het resultaat. Het gaat er om dat je het doel haalt en je bent vooral trots als het doel wordt bereikt en je succes hebt.
  • Jongeren die leergericht zijn, stellen zich allereerst ten doel om iets te leren. Het gaat om het (leer)proces en minder om het resultaat waardoor ze meer risico’s durven te nemen. Al kunnen deze jongeren ook niet zonder succeservaringen.

motivatie-1

Begin whit the end in mind
Belangrijk is waar ben je naar op weg en waarom. Bij jongeren is dit de belangrijkste reden om in beweging te komen. Als het einddoel duidelijk en belangrijk genoeg is dan volgt de motivatie vanzelf. Het is de uitdaging om uit te vinden wat de diepste motivatie is van jongeren, gekoppeld aan hun talent. Een sluimerende passie komt meestal niet vanzelf tevoorschijn. Daar hebben jongeren hulp bij nodig.

Daarvoor zijn ouderen (ouders, jeugdleiders etc.) nodig die een ‘duidelijk’ voorbeeld geven, uit kunnen leggen waarom zij geloven en hoe ze dit vorm geven in het dagelijks leven en de jongeren helpen bij het reflecteren.

Leer jongeren dromen en verlangen
Dit vraagt van ons dat we jongeren vrij laten in hun keuzes en ze niet dwingen om zich in bepaalde dingen te verdiepen. Maar betekent dit dat we alleen moeten doen wat zij leuk vinden? Nee juist niet, maar jongeren moeten weten waarom het de moeite waard is om zich ergens in te verdiepen. Jongeren moeten zich kunnen verbinden aan een onderwerp. Ze moeten weten dat hun inspanningen zin hebben en dat wat ze doen, ze onder de knie kunnen krijgen. Hier moeten we rekening mee houden in het jeugdwerk. De manier waarop kan dan heel divers zijn, afhankelijk van de jongeren.

Bouw geen schip, maar leer jongeren verlangen naar de zee

In het onderwijs op school hebben we daarom kunstmatige constructies verzonnen om de jongeren te laten leren; verplichting, beloning, toetsen en straf. We proberen ze te verleiden, maar dit kan het doel niet zijn en zeker in de kerk merken we dit. Waar ik vroeger nog ‘netjes’ voor ik van huis wegging mijn catechismus opzei, lukt het je nu nauwelijks (niet) om een opdracht mee te geven!

Of kan dit wel? Persoonlijk denk ik van wel, als je de juiste snaar weet te raken. Het is belangrijk te beseffen dat jongeren van zichzelf over een grote intrinsieke motivatie beschikken en het is niet de vraag hoe we deze aanwakkeren. De vraag is veel meer hoe we er voor zorgen dat deze drive niet verloren gaat of beschadigd. De kunst is om een omgeving te creëren waarbij jongeren hun drijfveren ontdekken en dan zijn er drie cruciale vragen:

  1. Wie ben ik?
  2. Wat kan ik?
  3. Wat wil ik?

Deze vragen verdienen veel aandacht in het jeugdwerk. Het gaat om de drive om dingen te doen, om je in te spannen en door te zetten om tegenslagen te overwinnen. Waarbij we moeten oppassen dat we niet onze eigen overtuigingen en motivaties opleggen. Het is de kunst te ontdekken wat bepaalde jongeren motiveert en daar op aan te sluiten.

Leestip

  • cover_boek_over_de_topOver de Top’. In dit boek zien we dat jongeren (10 tot 25 jaar) gelukkiger worden als ze meer oog krijgen voor wat hun hart sneller doet kloppen en ontdekken waar hun passie, hun talent ligt. Als jongeren zich daarop richten, kunnen ze nog beter worden in waar ze goed in zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s