Een zoektocht naar nieuwe vormen van catechese

In plaats van het ordenen van het jeugdwerk rondom vaststaande programma’s zien we een verschuiving naar jeugdleiders die zich willen verbinden aan de levens van jongeren, zodat het een relationeel gebeuren wordt tussen God en de jongere, maar net zo goed ook een relationeel gebeuren tussen de jongere en de catecheet.
Het onlangs gepresenteerde onderzoek behoeften catechese geeft aan dat het eigenlijke probleem van de catechese meer ligt in de aansturing, begeleiding en het algemene leerplan dan dat dit zou liggen aan het gebrek aan competenties onder de catecheten. De conclusie is dat deze problematiek urgent is en de voorkeur verdient om aandacht aan te besteden boven het organiseren van al of niet structurele en professionele vormen van toerusting en bijscholing, gericht op de dagelijkse praktijk van de catecheten. De nadruk moet liggen op een ‘centraal’ aangestuurd programma. Hierdoor lijkt het alsof het onderzoek niet aansluit bij de verschuiving die momenteel zichtbaar wordt.
Zelf denk ik dat dit meer gezichtsbedrog is en het weldegelijk aan kan sluiten bij de recente ontwikkelingen en sluit mij aan bij wat Jos de Kock in “Een tijdperk zonder catechese” eerder schreef dat de kansen voor godsdienstige vorming gezocht moet worden in gemeenschappen, die vaak losjes of niet verbonden zijn met het instituut kerk en haar catecheseprogramma’s. Het zijn de nieuwe ruimten waarin de kerk aan haar godsdienstige vorming gestalte kan en moet geven, waarbij iedereen in de gemeenschap als opvoeder een rol kan/ moet spelen. Daarom geeft hij aan dat kerken ondersteund moeten worden op twee manieren:

  1. bij het vormen van ‘autoriteiten’ die vormend aanwezig kunnen zijn. Jongeren zijn op zoek naar ankerpunten voor hun (godsdienstige) ontwikkeling: wat is waar, wat is waardevol, wat is zin in het leven? Daarin kunnen autoriteiten – mensen aan wie je in hun leven kunt zien wat waar, waardevol en zin is – een belangrijke rol vervullen.
  2. Ondersteun lokale kerken bij het voorzien in of ondersteunen van (nieuwe) geloofsgemeenschappen voor jongeren die tegelijk pedagogische ruimten kunnen zijn. Durf gemeenschappen van jongeren te ondersteunen of op te zetten die met het instituut niet veel meer te maken hebben. En wees daarin dienend aanwezig met onderwijs. Maak ook daarin de rijkdom van de kerk vruchtbaar.

Een centraal programma is niet een eenvormig programma
Het is volgens mij alleen te kort door de bocht om te zeggen dat dit niet vanuit een centraal aangestuurd programma zou kunnen worden gefaciliteerd. Een centraal programma hoeft namelijk niet hetzelfde te zijn als een eenvormig programma!
Een centraal programma kan inhouden dat gemeenten (en in de gemeente de verschillende groepen) geholpen worden om keuzen te maken uit de veelheid van benaderingen (doelstellingen, methoden, leeromgevingen etc.) passend bij de eigenheid van de groep jongeren in hun eigen context.
De aansturing dient dan zo te zijn dat ze gemeenschappen van jongeren faciliteren en stimuleren zodat de eigenheid van gelovigen, gemeenteleden en hun eigen activiteiten en verantwoordelijkheden vorm kunnen krijgen.
Daarbij is de kerkenraad nog steeds inhoudelijk verantwoordelijkheid. Inhoudelijk zie ik dan vooral als de kernzaken die op de een of andere manier aan bod moeten komen. Bijvoorbeeld het moet op de een of andere manier gaan over het geloof in Jezus Christus als de redder die ons door God geschonken is. Kerkenraden hebben de taak om, als die zaken niet vanzelf opgepakt worden, voorzieningen te treffen. Daarvoor zijn ze aangesteld als de leidinggevenden in een gemeente. En kerkenraden hebben de taak om toe te zien dat niemand buiten de gemeente valt.

Wederkerigheid tussen jongere en catecheet
En juist om te zorgen dat er niemand buiten de gemeente valt is het essentieel dat gemeenteleden zich verbinden aan de levens van jongeren, juist omdat ze hen willen verbinden met Christus. Binnen deze relatie kan de catecheet een identificatiefiguur zijn en tegelijk inspirator.
De kern is dan wel dat jongeren en de catecheet samen zoeken naar de betekenis van de overgeleverde geloofstraditie voor het leven nu en aan deze betekenis zin ontlenen die de eigen ervaringen verheldert. Door de gesprekken worden beiden gestimuleerd om een actuele betekenis te geven aan de bestaande traditie. En juist door deze gesprekken ontstaat er ruimte dat de traditie bepaalde veranderingen ondergaat.
Hierbij moet de catecheet zich vanuit het leven verbinden aan catechisant en niet een vaststaand inhoudelijk programma doorlopen en/ of allerlei activiteiten organiseren voor catechisanten, maar veel meer te focussen op discipelschap.

Niet traditie doorgeven, maar ruimte scheppen voor actualisatie
De kern is dat de ontwikkeling van het geloof niet gestimuleerd wordt door het toedienen van inhoudelijke informatie, maar dat er vanuit de beginsituatie van zowel de catechisant als de catecheet een leerweg wordt bewandeld. Binnen de leerweg kunnen de catechisant en de catecheet zelf hun vragen verwoorden en vervolgens actief een relevant deel van de traditie onderzoeken. Het grote voordeel van deze manier van leren is dat niet de catecheet alles voorbereidt, de meeste verantwoordelijkheid draagt en dus ook het meeste leert, maar dat de geloofservaring en de kennis van zowel de catechisant als de catecheet het vertrekpunt vormen om gezamenlijk wat te leren. Met elkaar dragen ze de verantwoording over elkaars leerproces en de betrokkenheid en participatie van de catechisanten wordt vergroot. Ze hebben elkaar nodig om de verbinding te leggen tussen de eigen levenservaringen en de geloofstraditie.
Deze verbinding heeft het gevaar dat we onze eigen ervaring eigen gelijk gaan verdedigen. Ik pleit er dan ook voor om ruimte te geven voor het actualiseren van de traditie. We hebben allemaal onze eigen traditie en nemen deze mee. Ook als catecheet neem je je persoonlijke geschiedenis mee. Geschiedenis is wat anders dan traditioneel zijn. Traditie hoort bij ons leven, ook in de kerk, maar de plek van traditie hoort bescheiden te zijn, want de traditie dient op Christus gericht te zijn. Er kan veel veranderen mits het de jongere (en de catecheet) dichterbij Christus brengt. Daarbij mogen we juist ook genieten van de vondsten die christenen voor ons hebben gedaan! In hun spoor mogen we verder gaan en zelf mogen we samen met de jongeren op een vrije en creatie manier samenwerken om zo nieuwe dingen ontdekken en te ontdekken wat geloven in deze tijd betekent. Met elkaar zijn we lerend onderweg!

Samen zoeken naar nieuwe vormen
Dit betekent volgens mij dat binnen een duidelijk afgesproken kader (centraal aangestuurd) er ruimte is voor een veelheid van benaderingen (doelstellingen, methoden, leeromgevingen etc.) passend bij de eigenheid van de groep jongeren. Daarbij moeten kerken geholpen worden bij het vormen van ‘autoriteiten’ die vormend aanwezig kunnen zijn, maar ook bij het zoeken naar nieuwe vormen van ‘catechese’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s