Jeugdbeleid: Daag tieners uit!

Jezus roept elke gelovige op om zijn discipel te zijn! Dat is het vertrekpunt van dit artikel waarin ik wil nadenken over hoe je beleid voor tieners vorm geeft. Een belangrijk uitgangspunt is te beseffen dat tieners niet de kerk van de toekomst zijn, maar er nu al helemaal bij horen! Het past ons onze houding kritisch te bekijken en na te gaan of dit in onze gemeentes al het geval is.

Een discipel omschrijf ik als iemand die op Jezus gericht is, door Gods Geest steeds meer op Hem gaat lijken en leert te leven zoals Hij dat deed. Theorie en praktijk zijn hierin met elkaar verweven. Concreet zien we dit in een gemeenschap waar we Jezus volgen, elkaar liefhebben en elkaar opbouwen. Maar hoe geef je dit concreet vorm richting tieners en welke visie zit daar achter? En is dit vertrekpunt überhaupt haalbaar als we kijken naar de tieners in de eigen gemeente? Ik gebruik de term discipelschap bewust in combinatie met tieners. Juist in de periode waarin gewerkt wordt aan de eigen identiteit, er van alles verandert en alles nog niet zo vast ligt. Maar ook omdat toen Jezus zijn discipelen riep hij waarschijnlijk zelf met tieners te maken had. Van Jezus en vanuit de Joodse traditie kunnen we veel leren over discipelschap. Bij discipelschap draait het om samen luisteren naar de stem van God en dat we elkaar daarin meenemen. Maar juist ook het oefenen in de praktijk. Denk maar eens aan de uitzending van de 72 leerlingen in Lukas 10. Kijken we zo naar onze tieners en staan ze daarmee in het midden van de gemeente als deel van het geheel? Is er plaats voor de eigenheid, de leefwereld van de tieners? Geven we mogelijkheden om te oefenen in de praktijk? Zijn we als gemeente gericht op discipelschap?

Drie werkvelden
In de tienertijd, al is dat soms nog onzichtbaar, worden cruciale keuzes gemaakt. We moeten daarom nadenken over de plek van tieners bij de geloofsoverdracht thuis, tijdens de eredienst en als onderdeel van het hele gemeenteleven. Ik noem bewust drie ‘werkvelden’ en in deze volgorde. Omdat mijn ervaring is dat jeugdbeleid vaak niet al deze werkvelden meeneemt, maar zich beperkt tot catechese, vereniging en eventueel jeugdpastoraat en ontspannende activiteiten. Terwijl juist de eerste twee werkvelden, de geloofsoverdracht thuis en de eredienst, de belangrijkste aspecten zijn van het jeugdbeleid. Het is ook belangrijk om te beseffen dat jeugdwerk niet begint bij 10 of 12 jaar. Het begint niet zodra kinderen de basisschool verlaten. Nee, het begint al bij de manier waarop het kinder (kleuter)werk wordt vormgeven. Een aspect dat ook meegenomen dient te worden, is dat we veelal gewend zijn om schotten te plaatsen tussen bijvoorbeeld de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs of een overgang tussen het zestiende/zeventiende levensjaar. Het is goed om te beseffen dat deze overgangen voor veel problemen kunnen zorgen omdat jongeren zo’n overgang vaak moeilijk vin- den. Het is raadzaam om ook hierover na te denken.

Niet scheiden
Het jeugdbeleid kun je niet scheiden van het algemene beleid van de gemeente. Je kunt het beleid hooguit onderscheiden. De visie of missie van de gemeente is ook de visie of missie van het jongerenwerk. Het jongerenwerk loopt niet parallel aan wat er in de gemeente speelt, nee het is de gemeente. Daarom zal een bezinning op het jeugdwerk in de gemeente pas goed van de grond komen als er ook bezinning plaatsvindt in de gehele gemeente. Of als het jeugdbeleid, als er beleid is, goed aansluit bij het beleidsplan van de gemeente.
Veel kerkenraden delegeren dit werk of een deel daarvan aan een commissie. Bij de aanstelling is het belangrijk dat deze commissie een duidelijke en afgebakende opdracht krijgt en ook bekend is met de visie en de doelen die geformuleerd zijn.

Beleidscirkel
Beleid maken voor tieners is in beginsel niet meer dan dromen en nadenken over wat je wilt en verlangt voor tieners en voor de gemeente. Wat is de droom die je voor ogen hebt. Wat vind je voor hen belangrijk? Wat zou je willen dat ze bereiken? Wat is je doel? Hoe zou de gemeente met hart en ruimte voor tieners eruit kunnen zien, waar discipelschap wordt vormgegeven en groeit? In een beleidsplan ga je dit op papier zetten met als doel dat het ook daadwerkelijk in praktijk wordt gebracht. Doordat je het op papier zet, ontstaat de mogelijkheid om het huidige jeugdwerk te evalueren en het (waar nodig) bij te stellen/of compleet anders te doen! Hieronder omschrijf ik een methode om te komen tot een beleid voor jongeren in de gemeente. We maken daarbij gebruik van een cirkel die wij gemakshalve maar de beleidscirkel noemen. In het maken van beleid is het, afhankelijk van de grootte van de kerk en de hoeveelheid jongeren per leeftijd, goed om verschillende leeftijdsgroepen te onderscheiden. De beleidscirkel bestaat uit de volgende fases:

  • Fase 1 Bezinning
  • Fase 2 Inventarisatie & analyse
  • Fase 3 Visie ontwikkeling & doelen bepalen
  • Fase 4 Uitvoering
  • Fase 5 Evaluatie

Fase 1 Bezinning
Het succes van een beleidsplan zit hem niet in de omvang of de vormgeving, maar in het proces van de bezinning in de gemeente. Een goede bezinning behoed je dan ook voor de volgende valkuilen. Dat het beleidsplan wordt gemaakt zonder de gemeente of de kerkenraad er (voldoende) bij te betrekken of zonder de tieners er (voldoende) bij te betrekken. De kans is aanwezig dat het doel dat je voor ogen hebt dan wordt gemist.

Fase 2 Inventarisatie & analyse
Voor beleidsontwikkeling is het belangrijk om te weten wat de feitelijke situatie is waarin je als gemeente verkeert. Als je je in de vorige fases goed gerealiseerd hebt waar je naar toe wilt en wat je voor ogen hebt, dan moet je je nu richten op de dagelijkse realiteit. Inventariseer wat er allemaal is en wordt gedaan voor en door jongeren. Hiervoor is een inventarisatie en analyse van al de activiteiten alleen niet voldoende. Ook moet worden nagegaan of de bestaande activiteiten wel aan hun doel beantwoorden (of ze überhaupt wel een doel/ zin hebben).

Fase 3 Visie ontwikkeling & doelen bepalen
Het schrijven van een beleidsplan vraagt om het ontwikkelen of hebben van een heldere visie. Een visie is een kernachtige omschrijving van hoe de gemeente eruit zou moeten zien. Als de gemeente een visie heeft, dan is het belangrijk om te kijken of deze visie gebruikt kan worden als visie voor het beleid op kinderen en jongeren. Indien dit niet het geval is, dan zal er een nieuwe visie omschreven moeten worden. De visie moet je concreet vormgeven door doelstellingen te formuleren. Deze geven aan waar je naar toe wilt met het beleid voor jongeren. Het kenmerkende van een doelstelling is dat het gaat om voornemens die concreet, haalbaar en meetbaar zijn. Als je dit hebt gedaan, kijk je of de huidige activiteiten voldoen aan deze visie en doelstellingen.

Fase 4 Uitvoering
Er zijn drie factoren die de uitvoering van concrete plannen in de weg kunnen staan, namelijk de organisatie, de medewerkers en de financiële middelen. Bij het nadenken over de stappen die je moet gaan zetten, moet je kritisch naar de huidige organisatiestructuur kijken. Daarvoor is het zinvol een overzicht te maken van de organisatie- en communicatiestructuur van de gemeente.
Om de voornemens op een goede manier in praktijk te brengen, is het handig om voor elk seizoen een plan van aanpak of werkplan te maken. Daarin zet je wat je het komende seizoen precies gaat doen om te werken aan het beleidsplan. Het is goed met elkaar vast te stellen aan welke zaken je in een seizoen wilt werken en hoe je dat gaat doen.

Fase 5 Evaluatie
Dit is de laatste fase en eigenlijk kun je dit evalueren ook zien als een nieuw startpunt van de beleidscyclus om zo vanzelf weer bij de eerste fase van bezinning uit te komen Maar beleid wordt meestal gemaakt voor een langere periode en de ervaring leert dat het vele jaren kan duren voor er opnieuw beleid wordt gemaakt. Evaluatie lijkt pas zinvol te zijn als er resultaten te verwachten zijn. Toch is dit niet het geval. Evaluatie kan dan worden gezien als een nulmeting. Een nulmeting geeft zicht op de startsituatie en de behoeften van de betrokkenen.

Uit comfortzone
Ik begon dit artikel met de zin ‘Jezus roept elke gelovige op om zijn discipel te zijn!’ We beseffen dat wat we ook willen, we dit niet kunnen zonder God er bij te betrekken. In al de facetten dienen we het gebed en de leiding van de Geest niet te vergeten. Maar dat alles neemt niet weg dat tieners een klimaat binnen de gemeenschap nodig hebben waarin discipelschap vorm kan krijgen. Waar tieners worden uitgenodigd, uitgedaagd, bemoedigd en gesteund om uit hun eigen comfortzone te komen en stappen te zetten. Juist daarom is het belangrijk om na te denken over beleid voor je tieners.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s