Lastige ouders bestaan niet

Onlangs gaf ik een training over de ontwikkeling die tieners doormaken en hoe we daar thuis en in het pastoraat mee kunnen omgaan. Eén van de deelnemers zei: ’Had ik dit maar eerder geweten, toen mijn eigen kinderen zo jong waren’. In de opmerking klonk pijn en tegelijk opluchting door. Voor haar vielen veel situaties die ze meemaakte met haar eigen kinderen op de juiste plaats. Mij bevestigde het dat opvoeden niet zo vanzelfsprekend is. En dat in het pastoraat niet altijd aandacht is voor de betekenis en rol van ouders in de geloofsopvoeding. In dit artikel wil ik daarom laten zien hoe belangrijk ouders zijn bij de geloofsoverdracht aan tieners en aangeven welke rol ambtsdragers hierin hebben. Om zo duidelijk te krijgen hoe de kerk ouders kan ondersteunen bij de geloofsopvoeding.

Opvoeden, alle ouders doen het, het lijkt de normaalste zaak van de wereld. Maar ik kom er als va- der achter dat dit helemaal niet zo eenvoudig is. Als ik hier eerlijk over spreek met andere ouders, dan krijg ik dat vaak ook terug. Er gebeurt veel in de tienerjaren. Alles is er op gericht om een eigen ‘ik’ te ontwikkelen en daarbij hoort ook het afzetten tegen ouders. Alleen, de invloed van ouders is en blijft ontzettend belangrijk. Ik hoor ouders wel eens zeggen dat ze bijna geen invloed meer hebben. Dit is echter niet zo, ouders hebben juist ook in die tienertijd een cruciale rol. Vooral de manier waarop ze impliciet een voorbeeld zijn voor tieners. En ook als het gaat om het nemen van belangrijke beslissingen waarbij het advies van de ouders gevraagd en gewaardeerd wordt. Hoe ouders hun geloof beleven en uitdragen, is zelfs belangrijker dan het jeugdwerk en/of het bezoeken van kerkdiensten. In het boekje ‘Geloof, hoop & tieners’ van Youth for Christ staan meerdere vragen van ouders beschreven. Vragen als:

Moet je grenzen stellen aan seksualiteit? En hoe doe je dat? Wat is de rol van rituelen in je gezinsleven? Hoe kun je bidden voor je kinderen? Stel ik kerkgang verplicht of laat ik mijn tiener vrij?

Hoe geef je het verdriet een plek als je kinderen zeggen niet meer te geloven. Het zijn vragen die veel herkenning oproepen en die alles te maken hebben met hoe ouders hun kinderen opvoeden, maar het boekje kan ook ambtsdragers helpen in de contacten die ze hebben met tieners.

Leren loslaten

Iemand zei eens tegen mij: ‘Het ergste dat je kan overkomen is dat je geboren wordt in een gezin waar te veel liefde is’. Ik heb vaak over dit citaat nagedacht en kom er steeds meer achter dat er een kern van waarheid in zit. Ouders moeten leren om hun kinderen los te laten. Tieners moeten loskomen van hun ouders. Kinderen zijn niet van ons, we krijgen ze tijdelijk onder onze hoede. Ouders hebben de taak kinderen op te voeden, zodat ze zelfstandig in het leven kunnen staan. Als ouder wil je je kind vasthouden, beschermen en bewaren voor gevaren. Maar zeker tieners heb- ben ruimte nodig. Ruimte om te ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. Het zit in ouders om kinderen vast te houden, maar juist daardoor ontstaat de kans dat tieners vroeg of laat ontsporen en/of niet leren op hun eigen benen te staan. Tieners moeten experimenteren en daar ruimte voor krijgen. Maar tegelijkertijd hebben ze ook kaders nodig. Kaders die goed onderbouwd zijn en waar ze tegen aan moeten kunnen schoppen. Ze moeten de grenzen kunnen aftasten en zelf ontdekken wie ze zijn en wat ze van waarde vinden zodat het iets van hen zelf wordt. Geef tieners dan ook duidelijke kaders mee. Ik hoorde onlangs iemand het volgende verhaal vertellen en dat illustreert de kern van het loslaten:

Een man loopt met zijn hond iedere dag het- zelfde rondje in het park. De hond zit altijd aangelijnd en probeert iedere keer als hij wordt uitgelaten los te komen. Hij wil vrijheid en doet er alles aan om niet rustig naast zijn baasje te lopen. Tot het moment komt dat de man de hond loslaat en zegt: ga maar. De man vervolgt vervolgens zijn rondje in het park en tien minuten is hij zijn hond ‘kwijt’. Totdat hij vanachter de struiken in een keer tevoorschijn komt en naast hem komt lopen. Vanaf die dag loopt de hond altijd los naast zijn baasje in het park.

Machteloos gevoel

Hoewel de invloed van ouders op tieners nog steeds groot is, wil dat niet zeggen dat tieners de weg kiezen die hun ouders voor ogen hebben. Of om in het beeld te blijven, dat de hond weer terugkeert naar zijn baasje en rustig naast hem gaat lopen. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat tieners het geloof van hun ouders overnemen. Geloven is en blijft een mysterie en het is iets dat gegeven wordt. Dit kan ons een machteloos gevoel geven, maar er komt een moment dat tieners hun eigen weg gaan. Mijn ervaring is dat hier veel pijn zit. De af gelopen tijd werd ik hier regelmatig mee geconfronteerd. Ook op een gemeenteavond waarbij we over dit thema spraken. Er kwam veel emotie naar boven en ik herkende de pijn dat er bijna geen ruimte is, of gevoeld wordt, om deze pijn met elkaar te delen. Ouders voelen zich verantwoordelijk maar blijken zelf zo weinig te kunnen doen. Die avond hadden we het over je gevoel van machteloosheid, je boosheid, je verdriet dat je wel of niet met God durft en kunt delen. De noodzaak om te blijven bidden, als het enige ‘wapen’ dat we nog hebben in de strijd tegen ongeloof en twijfels. Het was een indringende en emotionele avond, waarin we samen van hart tot hart met elkaar spraken en konden delen wat ons bezig houdt.

Elkaar steunen

En wat is het dan belangrijk dat, juist als tieners loskomen van hun ouders, er een gemeente is waar goed nagedacht is en wordt over de plek van tieners en hun ouders. Ik schrijf hier bewust ‘tieners’ en ‘hun ouders’. Ik maak nog wel eens mee, dat er van uit wordt gegaan dat een prachtige visie en goede programma’s automatisch tot succes moeten leiden. Natuurlijk is dit belangrijk, maar de rol van en ondersteuning aan de ouders moet hierin wel een plek krijgen. Nu ken ik aan de ene kant de verhalen van jeugdwerkers die aangeven dat ouders niet geïnteresseerd lijken in het jeugdwerk. Ze hebben van alles geprobeerd, maar het lukt gewoon niet om hen er bij te betrekken. Ik krijg dit ook terug tijdens workshops die ik geef over betrokkenheid van ouders bij het jeugdwerk. Wat ik daar echter vaak tegenkom, is dat niet duidelijk is wat de verwachtingen en behoeftes zijn van zowel de jeugdwerkers als de ouders. Ik merk dit namelijk ook als ik hoor dat in diverse gemeentes juist wel aandacht is voor de geloofsopvoeding thuis. Onlangs had ik contact met een gemeente waar een avond werd belegd over geloofsopvoeding voor ouders van jonge kinderen. De opkomst van deze avond was enorm en het was zo inspirerend dat er grote vraag was naar vervolg en verdieping. Deze gemeente speelde in op de behoefte die er ligt bij ouders en vindt daarin aansluiting. Ook krijgen wij steeds meer vragen om avonden voor ouders met thema’s als communiceren met tieners en de ontwikkeling van tieners.

Betrokkenheid

Ik wil adviseren dat kerken praktisch aan de slag gaan met de betrokkenheid en de geloofsopvoeding van ouders bij het tienerwerk in de kerk. In ken een gemeente waarbij de ambtsdragers aan het begin van het seizoen alle ouders bezoeken. Juist omdat de rol van ouders belangrijk is en blijft, ook al moeten ze leren hun kinderen los te laten en hebben tieners ruimte nodig om te experimenteren. Goed jeugdwerk vraagt om de betrokkenheid van ouders, maar deze betrokkenheid kan anders zijn dan wij in eerste instantie denken en willen. Ga als ambtsdragers het gesprek aan met ouders en richt je in het gesprek echt op de rol van ouders ten opzichte van hun tieners. Enkele vragen die je zou kunnen stellen:

  • Op welke manier zou u het geloof van uw kind omschrijven?
  • Hoe vaak en met welke regelmaat praat u over het geloof met uw tiener(s) en waar praat u dan over?
  • Welke schoolkeuzes hebben jullie ge- maakt voor jullie tieners?
  • Hoe zien jullie je kind omgaan met vriendschappen?
  • Hoe is hun band met jongeren in de kerk?
  • Hoe gaan ze om met niet-kerkelijke of anders-kerkelijke vrienden?
  • Wat merkt u bij uw kind van plezier om naar de kerkdienst/het jeugdwerk te gaan?
  • Hoe vrij voelt uw kind zich om al dan niet te gaan naar kerkdienst/ jeugdwerk?
  • Hoe moedigt u uw kind actief aan om deel te nemen aan het jeugdwerk?
  • Tot welke leeftijd of leeftijdsfase denkt u hier goed aan te doen?
  • Wat verwacht u van de kerk met betrekking tot het jeugdwerk?
  • Op welke manier zou uw tiener geholpen kunnen worden om te groeien in zijn/ haar geloof?
  • In welke mate zijn de kerkdiensten tot bemoediging en versterking van het geloof van uw tieners?
  • In hoeverre verplicht u uw tiener tot kerkgang?
  • Gaat uw tiener graag naar de kerk?
  • Hebt u behoefte aan meer gesprek over onderling geloofsopvoeding en hoe?
  • Zou u meer onderwijs op dit gebied ook waarderen?
  • Op welke manier bent u of kunt u betrokken zijn bij het jeugdwerk?
  • Ziet u een actieve rol hierin voor u weggelegd?

Gezamenlijke taak Ouders en gemeente hebben een gezamenlijke taak wat betreft de geloofsopvoeding van de jeugd van de kerk. Start met elkaar een zoektocht hoe we het beste kunnen zoeken voor ‘onze’ tieners. Door middel van gesprekken die ambtsdragers met ouders hebben en cursussen en gespreksavonden komt het onderwerp op de agenda van de gemeente te staan. Opvoeden is in deze tijd ingewikkeld! Doe als ouders een beroep op elkaars ervaring en steun. Belangrijk is dat we ons er gezamenlijk van bewust zijn dat de kerk een plek dient te zijn waar het goed toeven is voor het hele gezin. Waar tieners leren om los te lopen en waar de rol van ouders cruciaal is en blijft.

Op het moment dat ik dit artikel schrijf, krijg ik te horen dat een zuster uit mijn eigen gemeente is ‘thuisgehaald’. Ik lees op Facebook en Twitter wat een getuigenis er uitgaat van haar leven en de doorwerking die dat heeft op anderen. Dat zet mij stil, het raakt en treft mij. De dood neemt veel van ons af, maar niet de vruchtbaarheid die het heeft voortgebracht in andere levens. Wat een getuigenis kan er uitgaan van het leven van ouders. En juist die woorden klonken op de dankdienst die werd gehouden voor haar leven.

Geloof is als een vuur dat in je brandt en waarvan je hoopt en bidt dat het ook ontsteekt in het hart van je kind. Op de ontsteking hebben we geen invloed, maar we kunnen wel laten zien hoe het vuur brandt in onze eigen levens. Laten we als ambtsdragers de cruciale rol van ouders benadrukken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s