Geloof in ontwikkeling (4) – jongvolwassenen

Goed jeugdwerk sluit aan bij de actuele (jongeren)cultuur en de specifieke ontwikkelingsfase van de deelnemers. In de voorgaande afleveringen hebben we stilgestaan bij tieners en jongeren. In deze aflevering kijken we naar jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

Om te beginnen wil ik vaststellen over welke groep het hier precies gaat. Een deel van de jongvolwassenen is namelijk al aan het werk, terwijl de hogeropgeleiden net aan een studie zijn begonnen of nog studeren. Dit maakt nogal wat verschil. De werkenden zijn er vaak al aan toe om langetermijnkeuzes te maken, terwijl de studerenden dat meestal nog uitstellen. Ik wil in dit artikel met name inzetten op deze groep studerenden. Het volgende artikel zal over starters gaan en die vertonen meer raakvlakken met de werkende jongvolwassenen.

Op kamers

In het vorige artikel wezen we erop dat jongeren bezig zijn met het verzamelen van verschillende meningen (OnderWeg nummer 18). Daarbij zijn ze echter vaak kritischer op de persoon dan op de ideeën van die persoon. Bij de jongvolwassenen die gaan studeren, werkt dat anders. Ze zijn bezig zich los te maken van hun ouders – ze gaan vaak op kamers wonen – om zelf de wereld te verkennen. Daarbij onderzoeken zij juíst ideeën, meningen en mogelijkheden.

Ze ontmoeten veel verschillende mensen en verzamelen daardoor allerlei verschillende ideeën. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat de ‘jongerenfase’ voor hen langer duurt. Doordat deze jongvolwassenen langer bezig zijn met hun opleiding en zich later settelen, verzamelen ze veel meer informatie. Zo veel dat het voor hen steeds moeilijker wordt om een eigen standpunt te bepalen. En dat terwijl authentiek zijn bij deze doelgroep een belangrijke waarde is. Ze willen graag uniek zijn. Velen van hen ervaren dan ook stress bij het maken van keuzes. Hun keuzes zeggen immers iets over wie ze zijn en dat is nog niet altijd helder.

Wankelmoed

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat jongvolwassenen in hun eigen ‘ondertussenheid’ leven. Veel oude zekerheden vallen weg. Alles is verbonden met alles en dat maakt onzeker. Maar het is ook een periode die kansen biedt, veel kansen. Er is ruimte voor nuancering, twijfel, verwondering en wankelmoed.

In dit kader is het opvallend dat nog veel kerken erop gericht zijn dat jongeren zo rond hun achttiende jaar belijdenis doen. En vaak gebeurt dat ook. Veel studerende jongvolwassenen echter zullen in hun studietijd die vroege keuze opnieuw overwegen en daarop reflecteren. Dat is aan de ene kant niet erg, ook als volwassene zullen ze wellicht blijven nadenken over hun geloof en de keuzes die ze daarin maken. Aan de andere kant is het jammer dat we als kerk zo gefocust zijn op dat moment van 18 jaar.

Veel jongvolwassenen zijn waarschijnlijk meer gebaat bij een eigen periode van ondertussenheid en de ruimte die dat biedt. De studentenperiode is dé periode om jongvolwassenen die ruimte te geven, tegenover de stelligheden van de kerk. Na deze periode zijn jongvolwassenen klaar om in het volwassen leven te stappen en vormen ze hun eigen weloverwogen stelligheden.

Ruimte

Het lastige is dat deze groep vaak niet in de kerk te vinden is, omdat ze juist vanwege hun studie elders zijn. Deze jongvolwassenen stellen hun keuzes uit en willen flexibel zijn en zich niet binden. Kerken kunnen dat als een probleem zien, maar het lijkt me dat we dat als kerken beter kunnen accepteren.

Kunnen we dan helemaal niets van hen verwachten? Zeker wel, mits we ons aanpassen aan hun flexibele schema’s en aansluiten bij hun behoeften. De kansen liggen in het bieden van rust en ruimte om alles wat ze ontdekken op een rijtje te zetten. Het is de tijd om slowcial te zijn: vertragen, menselijk contact hebben en betekenisgeving zoeken.

Regelmatig met elkaar in gesprek gaan helpt daarbij. Dat kan zowel in een groep als persoonlijk. De jongvolwassenen laten jou als jongerenwerker misschien los, maar jij hen natuurlijk niet. Ook als ze gaan studeren, blijf jij bij hun leven betrokken. Je bent benieuwd naar wat ze ontdekken en gooit er misschien zelfs nog wat vragen bovenop. Dat is waar jongvolwassenen behoefte aan hebben: iemand bij wie ze alles wat ze ontdekken kunnen overdenken en op een rijtje kunnen zetten. Het geeft ruimte en overzicht in hun hoofd.

Dat kan ook in een groep, maar omdat het lastig is om een groep jongvolwassenen bij elkaar te krijgen, is het aan te raden om dit met een andere bezigheid te combineren, bijvoorbeeld samen eten. Wie weet word je voor alle inspanningen beloond in hun volgende fase, wanneer ze starters zijn. Meer over die starters in het volgende artikel.

Dit artikel is gepubliceerd in het blad OnderWeg #19 17 oktober 2015 en maakt onderdeel uit van de serie over geloofsontwikkeling die Paul Smit, Karen Scheele en Anko Oussoren gezamenlijk hebben geschreven.

Auteur: ankooussoren

Ik ben Anko Oussoren. Ik mag jongerenwerker zijn in de bron in Hardinxveld-Giessendam. Daarnaast adviseer en begeleidt ik gemeenten op het gebied van jeugdwerk en missionair gemeente-zijn voor Kerkpunt. Ik zet mij graag in voor jongeren binnen en buiten de kerk. Ook werkt ik mee aan de website lerenindekerk.nl.

4 gedachten over “Geloof in ontwikkeling (4) – jongvolwassenen”

  1. Hallo,Het valt me op de schrijvers in dit artikel op geen enkele wijze direct verwijzen naar God, maar vooral een sociaal-psychologische en religieuze ontwikkeling beschrijven. Dat is een deel-aspect. Het werk van God in Christus door de Geest blijft uit beeld. Daardoor blijft het verhaal in het ondermaanse hangen, en… de inhoud van het geloof komt niet verder dan een samenstel ideeën, waarheden die een jong-volwassene verzamelt. Soms verzet hij zich tegen de stelligheden van de kerk.

    Verder is kerk in dit artikel een container begrijp. Een voorbeeld: “Kerken kunnen dit als een probleem zien” Is dat de beleidsmakende kerkenraad, zijn dat de ouders, is dat totale gemeenschap van kinderen, jongeren en ouderen?

    Ik denk zelf dat de goede preek eerder nog dan het gesprek de sleutel is.

    1. Evert Jan, bedankt voor je reactie.
      Klopt dat wij in dit artikel niet direct verwijzen naar God. De insteek die we voor deze serie hebben gekozen is iets anders. Ik sluit mij aan bij je reactie dat het hierdoor ondermaans blijft hangen. Wij zijn ons daar terdege van bewust. Niet alles past binnen het aantal woorden wat beschikbaar is.
      Ik ga er vanuit dat je weet dat dit artikel onderdeel is van de serie daarin leggen we ook uit waarom we zo schrijven, daarin zit ook deel van je tweede opmerking verwerkt: Zie o.a. eerste artikel: https://www.praktijkcentrum.org/geloof-in-ontwikkeling-1/
      Kerk kan i.d.d. gezien worden als een container begrip, maar dat is ook niet waar het ons om ging, zeker als je de eerdere artikels leest.
      Overigens ‘een goede preek’ is ook een container begrip. Een preek kan goed zijn en volledig waar, maar bijvoorbeeld als we het over jongvolwassenen hebben totaal niet aansluiten waardoor de boodschap niet overkomt.

      1. Hallo Anko,
        Dank je voor antwoord. Even ter verduidelijking, een goede preek is voor mij niet een “product” dat waar kan zijn, maar is pas goed wanneer de boodschap is overgekomen, dus eerder een “proces”, een “relationeel proces” waarin de prediker de relatie zoekt met de hoorder, en de hoorder met de tekst, en de hoorder met zijn leefwereld. Een goede preek is een “aansluitende preek.” Een goede preek is een preek waarin Gods stem klinkt (in woorden van een mens). Een voorbeeld is 1 Korintiërs 14:21-25, zodat de hoorder na de preek kan zeggen: God is in ons midden. Hier valt natuurlijk heel veel over te zeggen, en de ruimte is beperkt, maar mijn indruk is dat jongeren deze preken zoeken. Preken om zo te zeggen met uitdaging voor je geloof.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: