Kinderen dragen het geheim van het Koninkrijk

Dit jaar had ik het voorrecht om naar de conferentie van Rondom het kind te gaan. Het waren twee mooie dagen die mij inspireerden en tegelijk heeft het mij ook weer aan het denken gezet over wat wij allemaal wel en niet doen in de kerk. Veel informatie is in mijn hoofd beland en ik moet kijken hoe ik dit de komende tijd op een rij ga krijgen. In het kort volgt hieronder een verslag van mijn kant met daarbij mijn eigen aanvullingen en kanttekeningen. Het centrale uitgangspunt voor mij daarbij is hoe je kinderen het grote gebod leert. Hoe leer je ze de liefde tot God en de liefde tot elkaar? Dat is de vraag van het kinderwerk in de kerk, maar ook in de geloofsopvoeding thuis en stel je eens voor dat ‘ons’ dat lukt hoe zou de wereld er dan uit zien?

Tijdens het begin van de conferentie werd de lijn gelijk neergezet, die je door de diverse workshops heen kon terug horen. Het gezin, maar ook de gemeente heeft een cruciale rol. Het vertrekpunt van de conferentie was: waar gaat jouw hart sneller van kloppen en ook nu de bekende woorden uit Deuteronomium 6:

 

Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

Grote gebod

Deuteronomium kun je wel het testament van Mozes noemen. In Deuteronomium 6 staan een paar merkwaardige dingen. Hier wordt gelijk het hele volk aangesproken. Het geheel staat centraal en niet het individu.

Mozes geeft advies om onze kinderen, thuis, onderweg en tijdens het opstaan en het naar bed gaan ze het gebod van de liefde in te prenten. Maar wat betekent dit concreet?

Het gebod van de liefde is geen groot verhaal, of er eindeloos over praten, maar het gaat om wat dieper zit. Het gaat over heel ons leven. Het leven dat zich bevindt tussen het opstaan en naar bed gaan.

Vraag je daarom af welk verhaal je leven je vertelt. Dat is de beslissende vraag. Kinderen leren het gebod van de liefde als mijn leven deze liefde uitstraalt. Welk verhaal vertelt mijn leven en wat straalt de gemeente uit waar we deel van uit maken?

Draag daarom het liefdegebod als een teken op je armen, als een band op je voorhoofd. Het moeten zichtbare tekenen zijn. We moeten ze dragen; zodat onze kinderen het zien. Het begint bij mij. Weet ik wat ik laat zien? Laat mijn leven mijn hart zien en zit Zijn liefde in mijn hart?

Think Orange

Het werd wat snel genoemd, maar volgens mij was dit de centrale boodschap van de conferentie: ‘Think Orange’. Oranje is wat rood (het warme hart van het gezin) en geel (het licht van de kerk) kunnen doen als ze de krachten bundelen. Oranje staat voor de samenwerking die er moet zijn tussen het gezin en de kerk. Beiden hebben invloed op de volgende generatie. Samen mogen ze geestelijke leiding geven aan de volgende generatie. Als je schildert met alleen rood, dan krijg je alleen rood op het doek. Als je schildert met alleen maar gele verf, dan krijg je alleen maar geel op het doek. Wanneer we schilderen met rood en geel, krijgen we nieuwe mogelijkheden, nieuwe oplossingen en levendige resultaten.

Beiden zouden hart aan het werk moeten zijn om het geloof bij kinderen te vormen en wat zou het mooi zijn als beiden tegelijk aan hetzelfde weken. Dit is ‘Think Orange’. Thuis en in de kerk op dezelfde manier aan het werk.

Verantwoordelijkheid

Zijn we ons bewust van onze verantwoordelijkheid als we onze kind laten dopen of opdragen. Er zijn boeken vol geschreven over het feit of je je je kind moet laten dopen en of opdragen, maar wat daarna moet, mag gebeuren, daar zijn bijna geen boeken over te vinden. Wat doe je als nadat je je kind hebt gedoopt en of opgedragen hebt?
Ouders en gemeente hebben een verantwoordelijkheid. Wat beloof je als ouder en wat beloof je als gemeente?

Kunnen we wel waar maken, zowel als ouder, maar ook als gemeente, wat we zeggen? Kunnen we als gemeente ja zeggen. Kunnen we als ouder ja zeggen? Werken we thuis en in de kerk aan het zelfde?

Waarheen

Als we nadenken over het beleid van kinderen en het traject na dopen en opdragen, dan gaat het om meer dan geloofsvorming. We moeten een holistisch beeld hebben van opvoeden. We moeten met alle aspecten, lichamelijke, emotionele, relationele, intellectuele en spirituele ontwikkeling rekening houden.

Wij zijn geneigd om schotten te plaatsen tussen de verschillende ontwikkelingen. Ons doel zou moeten zijn om kinderen te helpen een echte ervaring van de verlossing door Jezus Christus te laten krijgen en hen te helpen groeien en te rijpen tot de trouwe volgelingen van Jezus Christus. Waar gaan we heen met de kinderen en jongeren van de gemeente? We kunnen mooie visies en beleid omschrijven, maar werkt dat?

Hieronder vind je een afbeelding van Compassion Australië die dit op een  illustratieve manier weergeeft, hoe beleid en visie kan worden samengevat, hier zijn verdere woorden niet nodig.

Manifest

Op het congres werd een Manifest ondertekend waarin het verlangen naar voren komt dat er meer aandacht komt voor kinderen.

In Nederland verlaten acht van de tien jongeren de kerk. Dat is inclusief de grotere volkskerken met hun hoge percentages randkerkelijke leden. Het manifest zet in op schuldbelijdenis en verootmoediging. Het manifest vraagt aandacht voor kinderen en jongeren, en om zo nodig de leiding van de gemeente wakker te schudden. Kerken denken wel dat ze soms van alles doen, maar in de praktijk valt het tegen.

Er is al het een en ander over geschreven. Het is te negatief, de schuld wordt te veel bij de kerk gelegd, waarom niet positief insteken en er gebeurd toch al een hoop!? Is het niet te goedkoop de kerk de schuld te geven? Dragen ouders de vorming van hun kind niet te veel over aan de kerk? Ook op de conferentie klonken deze woorden gelijk en ook op twitter en blogs was het binnen twee uur te lezen. Ik snap deze gevoelens en zelf kwamen ze ook bij mij op tijdens de presentatie van het manifest. Toch wil ik graag instemmen met dit manifest, omdat ik steeds meer inzie hoe belangrijk kinderwerk is en hoe moeilijk ouders het vinden om hun kind op te voeden. Ik ben zelf vader van twee jonge kinderen en ik vind het knap lastig. Het raakte mij en komt binnen. Omdat ik het zelf zo herken.

Maar het is niet de schuldvraag. Het gaat erom dat de kerk, de gezinnen ondersteund en helpt. Het geloof is een mysterie en er is iemand die alles in het werk zet, om onze kinderen er van te weerhouden dat ze wekelijks gaan zien wie Jezus Christus is. Als kerk moeten we om ouders heen staan. Hoe ondersteunen we gezinnen? Hoe activeren we ouders? Als kerk moeten we (meer) gaan investeren in het ondersteunen van ouders! Ouders staan met stip op nummer 1 als we spreken over kerkverlating. De rol van ouders in het voorleven en praten over het geloof blijkt cruciaal. Als de ouders betrokken zijn bij de kerk maar niet duidelijk kunnen maken, zowel in woorden als in gedrag, wat geloven voor hen betekent, dan is de kans op kerkverlating bij hun kinderen ook heel groot.

Haĝada

Het gezin moet een belangrijke plek krijgen in de kerk. Wij splitsen vaak de generaties, dit zie je echter nergens terug in de Bijbel. Een mooi voorbeeld: Pesachmaaltijd Exodus 12. Hier zien we de belangrijke plaats die kinderen innemen. Wij stoppen kinderen vaak weg, ze moeten stil zijn, mogen geen vragen stellen, hier zien we wat anders. Thuis worden de kinderen vertrouwd gemaakt met traditie. Ze doen mee met de godsdienstige rituelen en leren in de praktijk de geboden kennen. Soms hebben ze hun eigen rol daarin. Een goed voorbeeld hiervan is de Haggada (Haĝada. הַגָּדָה). Dit is een boek waaruit gelezen wordt tijdens de sederavond. De naam betekent letterlijk ‘vertelling’ of ‘het Verhaal’ en is afgeleid van het joodse gebod te vertellen over de exodus.

De Haggada behandelt het verhaal van de joodse slavernij in Egypte en de uittocht uit Egypte.

Veel gebruiken in de haggada zijn speciaal bestemd voor kinderen. In het Ma Nisjtana (‘Waarin verschilt?’) stelt het jongste kind een aantal vragen over gebruiken die anders zijn op sederavond dan op andere avonden. Meestal worden deze zingend gesteld en beantwoord, want het Ma Nisjtana is een liedje. Het interessante aan de vragen is dat er vier soorten verschillende vragen zijn. De ‘vier zonen’ zoals de vragen worden genoemd, symboliseren vier verschillende soorten kinderen. Er is wat meningsverschil over binnen de traditie, maar de volgende vier komen voor:

  1. De Wijze Zoon vraagt: „Wat zijn dat voor choekiem?” In de Thora zijn choekiem wetten die ogenschijnlijk geen rationele reden hebben. Wij voeren die choekiem uit, omdat God dat van ons vraagt, net zoals je de hele stad afzoekt naar rode rozen, alleen omdat je geliefde daarom vraagt.
    De Seder is een dienst van liefde en verbondenheid. Het verbindt ons met God, met de andere mensen aan tafel, en met het hele Joodse Volk. De Wijze Zoon raakt niet verloren in intellectuele spitsvondigheden. Hij vraagt: „Wat moet ik doen om deze liefde en verbondenheid te verkrijgen?” De wijze zoon voelt zich onderdeel van de traditie.
  2. De Slechte Zoon spot: „Wat heeft al dat Pesach-gedoe voor jou te betekenen?” Het tegenovergestelde van liefde en verbondenheid is verwerping en afstand. De Slechte Zoon sluit zichzelf buiten het Joodse Volk. Hij distantieert zichzelf door God, de Thora en de verheven procedure van de Seder zelf te bespotten en belachelijk te maken. De zoon plaats zichzelf buiten de gemeenschap.
  3. De derde zoon is de Simpele Zoon. Hij vraagt: „Wat is dit?” ’Simpel’ betekent hier niet ‘stom’. De simpele zoon zoekt naar God op een eenvoudige rechtstreekse manier. Volgens Chasidische interpretatie wordt met ‘Wat’ God bedoeld. In wat voor situatie hij zich ook bevindt, de Simpele Zoon zal steeds naar Gods aanwezigheid zoeken. Deze zoon verwondert zich, maar plaatst zich nog wel buiten de groep.
  4. De vierde zoon is de Zoon die niet weet wat hij vragen moet. Zijn apathie verhindert hem vragen te stellen, waardoor iedere mogelijkheid tot leren en groei gesaboteerd wordt. De zoon is niet in staat om vragen te stellen. Hij weet het niet. Hij voelt wel iets, heeft spirituele ervaringen, maar kan er niks mee.

Naast deze vier zonen, is er ook nog een vijfde zoon toegevoegd en dat is de ‘afwezige zoon’. Deze traditie van de vier (5) zonen is kijkend naar de situatie van vandaag heel herkenbaar. De verschillende zonen hebben verschillende vragen. Als wij antwoorden op hun vragen willen geven, dan moeten we aansluiten bij hun vragen. De vraag die er achter ligt is, wat is er voor nodig dat de jongeren vragen gaan stellen. Met andere woorden: Wat is het vertrekpunt van de jongeren en hoe kunnen wij de antwoorden vinden op hun vragen?

Wat hierbij ook leerzaam is vanuit de joodse traditie is de manier waarop wordt omgegaan met de wijsheidsliteratuur (Prediker en Spreuken). Een pupil zit dan samen met een coach de wijsheidsliteratuur te bestuderen. Gods wet staat daarbij niet voorop, maar veel meer algemene wijsheden.

Probleem

Maar misschien is ons probleem wel dat we kinderen niet zien en als we ze wel zien we vaak zoeken naar een programma of iets om voor ze te doen, maar vergeten we dat we kinderen bij ons op moeten nemen, want wie een kind opneemt, neemt God op! Wie een kind ontvangt in mijn naam, die ontvangt Mij!

Maar zowel in de kerk als daarbuiten besteden we de opvoeding vaak uit. En hoe ‘normaal’ we dit misschien zijn gaan vinden, het belemmert kinderen de mogelijkheid om te zien wie Jezus Christus is.

Willen we kinderen iets laten zien van wie Jezus Christus is, dan moeten we gaan inzien dat het ontvangen van kinderen, het belangrijkste is wat onze gemeenten zouden moeten doen.

Het ontvangen van kinderen vormt de start van het beleid van de gemeente. Kinderen dragen het geheim van het Koninkrijk. Zij zijn de eigenaren van het Koninkrijk. Wanneer horen we ze? Wanneer zien we ze? Maar meer nog, wanneer ontvangen we ze?

 Jezus, vervuld van de heilige Geest juicht en zegt: “Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen  hebt verborgen, maar ze aan kinderen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt u het gewild.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s