De missionaire afstand van de kerk!

Hirsch verwacht dat als we naar de toekomst kijken het er op lijkt dat het aantal kerkleden nog verder zal krimpen. Want het blijkt dat op dit moment elke volgende (jongere) generatie minder belangstelling heeft om daadwerkelijk en voor langere tijd lid te zijn van een gemeente.
Er komt ook een toenemend aantal christenen dat geen kerklid is. Nu is het zo’n 6% van de Nederlandse bevolking. Maar het aantal groeit gestaag! Deze christenen bezoeken wel regelmatig een kerkdienst. Maar hun betrokkenheid bij een gemeente krijgt veel minder, of een andere, vorm.

Proximity space

Wat betekent deze afname van het aantal christenen voor evangelisatie, voor zout-zijn? Daarvoor introduceert Hirsch het begrip proximity space‘ (relatiesfeer). Proximity space is ook te vertalen als ‘nabijheidssfeer’. En misschien zou dat wel een betere vertaling zijn, ware het niet dat het minder goed past bij het begrip relatie-evangelisatie. Omdat we daar de koppeling leggen gebruiken we het woord ‘relatiesfeer’.

Stel je eens voor dat elk mens 10 vrienden heeft. Als het aantal christenen tachtig procent van de bevolking is, heeft bijna elke niet-christen wel christelijke vrienden, toch? Tenzij christenen allemaal op een hoopje gaan zitten en nauwelijks betekenisvolle relaties hebben met niet-christenen.
De meeste christenen hebben wel 10 vrienden. Veel daarvan zijn inderdaad ook christen. Dat komt deels vanwege de christelijke scholen, en deels omdat, christenen elkaar leren kennen (in een gemeente, bijvoorbeeld) en zo vrienden worden.

Maar……. Als er nou eens geen 80% christenen meer zijn?

Laat ik een voorbeeld geven. In het dorp Heerde is ongeveer 40 procent van de bevolking christelijk. Er is een grote kans dat veel niet christenen wel christenen kennen. Dat kan vriendschappelijk zijn of het kan vol (voor)oordelen wezen. Maar de meesten kennen het christelijk geloof en de kerk via christenen in hun omgeving of uit hun eigen verleden.
In de Randstad is de situatie drastisch anders. Nog geen 2 % van de bevolking is christelijk. Er zijn veel mensen onder de 40 die geen enkele ervaring hebben met kerk en geloof. Als je vraagt wie Adam is, dan zeggen ze bijvoorbeeld Adam Curry. En vraag je naar Mozes, dan blijkt dat de imam van de moskee in de buurt. En Jezus? Sommigen kennen zijn naam, of iets van zijn reputatie, anderen kennen het alleen als woord dat je gebruik bij het vloeken.

En hier komt de relatiesfeer om de hoek kijken. Wanneer je om een christen een klein cirkeltje trekt, is dat diens relatiesfeer. In die relatiesfeer bevinden zich mensen waar je zinvol en inhoudelijk contact mee hebt. Wanneer je in Heerde om 40% van de bevolking zo’n cirkeltje trekt, heb je bijna alle mensen bereikt. Doe je hetzelfde in Amsterdam, dan is vrijwel de hele stad nog onbedekt. Het effect van het afnemend aantal christenen is in de relatiesfeer zeer sterk als het onder de 25% komt. Door de tijd heen verandert de verhouding steeds meer.

Gevolgen

Daar waar veel christenen zijn kan het christelijk geloof veel invloed hebben, omdat er veel niet-christenen in de relatiesfeer van christenen leven, wonen en werken. Daar waar weinig christenen wonen is deze relatiesfeer van christenen zo afgenomen dat veel niet-christenen niet of nauwelijks meer in aanraking komen met het christelijk geloof. In de afbeelding hiernaast zie je goed afgebeeld waar in Nederland het Christelijk geloof nog invloed heeft (SGP-stemmers per gemeente bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010, bron Wikipedia).

In de vorige blog (Leer van het leger) kon je lezen dat waar de kerk nog midden in de maatschappij lijkt te staan, daar waar nog veel christenen leven, de mogelijkheid van relatie-evangelisatie groot zijn. En ook de rol van aantrekkelijke kerkdiensten en missionaire activiteiten kan groot zijn. Want de afstand naar de niet-christen is gering.

Maar waar de kerk klein is of haar rol marginaal, daar waar weinig christenen aanwezig zijn, daar blijkt relatie-evangelisatie vrijwel onmogelijk te zijn geworden. En kerkelijke activiteiten hebben geen aantrekkingskracht meer. De kerk heeft in de ogen van veel moderne Nederlandse mensen een ouderwets imago en hanteert achterhaalde ideeën. De inhoudelijke afstand is groot geworden, het christelijk geloof onbekend en onbemind.

Afstand

Hirsch (maar ook Bram Krol) hebben geschreven over ‘missionaire afstand’. Hirsch gebruikt het model van cultural distance. Wij proberen het nog wat meer uit te werken in diverse vormen van afstand en niet alleen culturele. Er zijn ook afstanden op het gebied van:

  • Menselijke overtuiging  (MO);
  • Relatie (MR);
  • Geografie (MG):
  • Cultuur (MC);
  • Taal (MT).

In de onderstaande tabel worden diverse typen afstand kort neergezet en krijgen ze een waarde.

Afstand in overtuiging Mensen die christen zijn MO-0
Mensen met enige christelijke kennis MO-1
Mensen zonder christelijke kennis MO-2
Mensen met een afkeer van het christelijk geloof MO-4
Mensen met een ander geloof MO-5
Mensen met een ander geloof en afkeer van het christelijk geloof MO-6
Afstand in cultuur Mensen uit dezelfde cultuur MC-0
Mensen uit een nabije cultuur MC-2
Mensen uit een verre cultuur MC-5
Afstand in taal Mensen met dezelfde moedertaal MT-0
Mensen die jouw 2e taal als moedertaal hebben MT-1
Mensen die dezelfde 2e taal hebben als jouw eigen 2e taal MT-4
Mensen waar je met handen en voeten mee moet praten MT-7
Mensen met een taal die je absoluut niet spreekt MT-10
Afstand in relatie Vrienden en Kennissen MR-0
Kennissen en collega’s MR-1
Buren, bekenden, mede-hobbyisten, mensen waarmee je het weer bespreekt MR-2
Onbekenden MR-5
Afstand in geografie Mensen op max 5 minuten afstand MG-0
Mensen op max 30 minuten afstand MG-1
Mensen op max 2 uur afstand in eigen land MG-3
Mensen in het buitenland MG-7

Per type afstand kun je soms al besluiten nemen. Interessanter wordt het om verschillende afstanden bij elkaar op te tellen. Die optelsom van de subtypen noemen we missionaire afstand (MA). De hoogte van MA bepaald welke afstand de kerk of een christen moet overbruggen om mensen te bereiken. En op basis daarvan kan ook een inschatting worden gemaakt of je kunt werken met een ‘attractional model’, een ‘incarnational model’ of een tussenvorm. Je kunt beslissen of het evangelisatie wordt, gemeentestichting of zending.

Enkele voorbeelden: Jijzelf woont in Dordrecht en bent verpleegkundige in Rotterdam en je wilt de volgende personen bereiken. Je spreekt redelijk Engels. Welke MA moet je dan overbruggen?

Voorbeelden

Een Nederlandse Surinamer, die in Rotterdam woont en waar je als collega mee samenwerkt. De man is hindoe. Om de missionaire afstand te bepalen zet je de verschillende afstanden op een rijtje:

Een vrouw uit Malawi, boerin, christelijk opgevoed. Ze spreekt Malawees, Swahili en een beetje Engels. De missionaire afstand is:

Je buurvrouw. Atheïst, verpleegkundige, Nederlandse. De missionaire afstand is:

Met een dergelijke berekening zie je al snel hoe de afstanden zijn. Met een indelingstabel kun je vervolgens iets zeggen over hoe je als gemeente of als christen contact kunt leggen. Een mogelijke indeling kan zijn:

Missionaire afstand Soort werk Type contact
Tussen 0 en 8 Evangelisatie Relatie evangelisatie, kom en zie activiteiten
Tussen 8 en 15 Gemeentestichting Relatiesferen creëren, incarnatie activiteiten
Tussen 15 en 31 Zending Verhuizen en incarnatie activiteiten en/of kom en zie activiteiten

Samenvattend

Op veel plaatsen in Nederland is de kerk in de marge van de samenleving terechtgekomen. Dit kan zowel qua maatschappelijke positionering -de kerk is niet belangrijk meer- zijn als qua aantallen christenen. Op andere plekken in Nederland zijn christenen of gemeentes niet of nauwelijks meer aanwezig.

Gemeentes die, vaak vanuit hun historie, gewend zijn dat mensen naar de kerk toekwamen moeten een heel nieuwe aanpak leren. En daarbij zijn vaak twee blokkades goed te zien:

  1. christenen zijn het niet gewend om erop uitgaan, mensen tot discipelen te maken
  2. niet christenen zijn het niet gewend christenen tegen te komen die ook radicaal proberen Jezus na te volgen

Gemeentes die in een veel christelijker omgeving staan komen ook blokkades tegen:

  1. de toegenomen weerstand tegen de kerk als instituut
  2. de moderne moeite met veel standpunten van de kerk
  3. het feit dat de kerk vaak veel standpunten heeft en veel minder steunpunten

Veel christenen blijken in de praktijk heel weinig niet-christenen in hun relatiesfeer te hebben. En zeker niet op een heel kleine MR-afstand. Hirsch zegt daarom: de kerk moet leren EN / EN te gaan werken:

Hoe?

Door als kerken in de blauwe oceanen te gaan oefenen, experimenteren, etc. Maar dit ga je als kerk pas doen als je je drie dingen realiseert:

  1. Dat de kerk een groot deel van de mensen niet bereikt met de huidige kerk-vormen
  2. Dat de kerk van God van Hemzelf de opdracht kreeg die onbereikten op te zoeken!
  3. Dat de manier waarop heel dicht aansluitbij de manier waarop God ons bereikte!

Lees hier een voorbeeld vanuit Maastricht.

Door als kerken in de rode oceanen attractief te zijn. Dat wil zeggen: leef heilig, wees gastvrij, getuig en nodig mensen uit voor kerkdiensten, kringbijeenkomsten etc. die begrijpbaar zijn en waar mensen zich welkom en geaccepteerd voelen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s